Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Johannes Theodorus Tenthoff (1847-1916)

Personalia

Johannes Theodorus Tenthoff (1847-1916)

Geboren: 6 september 1847 in Amsterdam.
Overleden: 10 juni 1916 in Amersfoort.
Zoon van: Regnier Tenthoff en Johanna Maertin.
Studie: theologie aan de Athenaeum Illustre in Amsterdam (1868-1869) en de universiteit van Utrecht (1869-1877).
Getrouwd: 26 februari 1880 in Amsterdam met Wilhelmina van der Veen.
Beroep: Nederlands-hervormd predikant in Herkingen (1877-1879), Koedijk (1879-1881), Assendelft (1881-1885), Wijnaldum (1885-1888), Hoorn (1888-1913).

Levensloop

Jeugd

Tenthoff werd geboren op 6 september 1847 in Amsterdam. Zijn ouders waren van eenvoudige komaf, zijn vader dreef enige tijd een schoenwinkel, maar ging failliet en werd wegens oplichterij veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf, die hij uitzat in de gevangenis van Hoorn, de ‘Krententuin’ op het Oostereiland. Zijn moeder stimuleerde Johannes om door te leren. Zij voedde hem op in de traditie van de Waalse kerk, een calvinistisch kerkgenootschap, opgericht door Franse Hugenoten, dat gekenmerkt werd door een mild theologisch klimaat. Johannes bezocht het stedelijk gymnasium in Amsterdam en studeerde er een jaar theologie aan het Athenaeum Illustre om vervolgens in Utrecht theologie te gaan studeren. Hier raakte hij onder de indruk van de moderne theologie.1 Vooral de colleges van de filosoof C.W. Opzoomer en de beroemde oogheelkundige F.C. Donders brachten zijn orthodoxe geloof aan het wankelen. Tenthoff is zijn hele leven trouw gebleven aan de moderne theologie. Hij had een sterk gevoel voor sociale rechtvaardigheid en toonde veel belangstelling voor het opkomend socialisme. Hij bestudeerde de politieke en economische ontwikkelingen van zijn tijd waaronder de werken van Karl Marx.

1 Deze richting in de theologie tracht de religie te benaderen vanuit wetenschappelijke inzichten en neemt afstand van hetgeen niet door redelijk denken verklaarbaar is. De moderne theologie staat een historisch-kritisch bijbelonderzoek voor.

Jong predikant

In zijn eerste gemeente Herkingen op Goeree Overflakkee kwam hij al snel in aanvaring met de orthodoxe kerkgangers. Na twee jaar vertrok hij naar de Zaan, waar hij in aanraking kwam met de socialistische beweging en waar Domela Nieuwenhuis volle zalen trok. Tenthoff bezocht deze bijeenkomsten trouw en trad dan in discussie met Domela Nieuwenhuis, waarbij hij weliswaar zijn sympathie betuigde met het socialisme maar vooral afstand nam tot het atheïsme van de vroege arbeidersbeweging. Tenthoff zette zijn bezwaren uiteen in de brochure ‘Socialistische nevelen weggevaagd’ (Assendelft, 1884).

Onder de titel ‘Welke houding voegt ons ten opzichte van de arbeidersbeweging’ hield Tenthoff een opzienbarende lezing tijdens de vergadering van moderne theologen in Amsterdam van 1885. Tenthoff poneerde dat de aanklachten die de arbeidersbeweging tegen het kapitalisme inbracht, terecht waren en dat het kapitaal een allesoverheersende macht over de arbeid had verkregen met als gevolg dat de zelfstandigheid en de waarde van de arbeider als staatburger gevaar liepen. Volgens Tenthoff maakte de burgerij zich schuldig aan het verkrijgen van kapitaal dat niet door eerlijke arbeid was verkregen, maar door speculatie, jacht op hoge rente en windhandel. Het welvaartsniveau van de arbeiders en het eigenbelang dienden te worden doorvlochten met gemeenschapsgevoel. Tenthoff was van mening dat de predikant niet tegenover de arbeider, maar naast hem moest staan. De predikant moest de sociale kwestie op de preekstoel en achter het katheder aan de orde stellen. Tenthoff riep zijn collega's op om de scheidslijnen tussen arm en rijk in de kerk te beslechten. Twee maanden later werd Tenthoff beroepen in Wijnaldum, een dorp in de Friese Bouwhoek, waar de tegenstellingen tussen de boeren en de landarbeiders mede als gevolg van de landbouwcrisis, steeds scherpere vormen aannamen. Naast zijn dagelijkse bezigheden als predikant hield Tenthoff tal van lezingen over de sociale kwestie, veelal tijdens de bijeenkomsten van plaatselijke departementen van de Maatschappij tot 't Nut van het Algemeen. In 1886 hield hij tijdens de vergadering van moderne predikanten in de Noordelijke provinciën een inleiding over de zedelijke aspecten van de arbeidersbeweging. Tenthoff nam in zijn redevoering afstand van de sociaal democraten, die naar zijn indruk eenzijdig het accent leggen op de materiële belangen van de arbeiders maar onvoldoende oog hebben voor de noodzaak tot verheffing en ontwikkeling van de lagere klassen. Hij hield een warm pleidooi om ziekenfondsen, ongevallenverzekeringen en coöperaties tot stand te brengen. Tenthoff wees op het belang te streven naar algemeen kiesrecht, dat de mensen een besef van eigenwaarde zou kunnen bieden en het gemeenschapsgevoel zou kunnen bevorderen. Tijdens zijn Friese jaren had Tenthoff contact met Pieter Jelles Troelstra, die hem in de pastorie van Wijnaldum samen met zijn vrouw Sjoukje Bokma-de Boer kwam bezoeken. Troelstra worstelde met een aantal levensvragen en aarzelde of hij predikant zou worden. De ontmoeting was geen succes. Tenthoff stelde een aantal kritische vragen, wat tot wrevel leidde bij Troelstra. Zoals bekend nam Troelstra als leider van de SDAP later afstand van het geloof, maar behield altijd sympathie voor christenen die voor het socialisme kozen. Tenthoff bleef niet lang predikant in Wijnaldum. In 1888 werd hij beroepen in Hoorn, waar hij bijna vijfentwintig jaar predikant zou zijn.

Lezing in Edam over het socialisme

In 1890 hield Tenthoff een lezing over het socialisme bij het departement Edam van de Maatschappij tot 't Nut van het Algemeen. De aanwezige burgers verwachtten dat Tenthoff het socialisme zou veroordelen. Maar Tenthoff sprak met begrip en waardering over het socialisme, dat een rechtvaardige verdeling voorstond van de opbrengsten die door arbeid waren verkregen. De boodschap van het socialisme was in zijn ogen om de individualistische maatschappij om te zetten in een maatschappij, waar mensen zowel materieel als geestelijk als bondgenoten met elkaar zouden omgaan. Als kritiek zag Tenthoff dat als de staat verantwoordelijk zou worden voor de productie, het een onmogelijke opgave zou worden om vraag en aanbod op elkaar af te stemmen. Voorts zou een centraal sturende rol van de staat wel eens negatieve gevolgen kunnen hebben voor de vrijheid van mensen. Tenthoffs kritiek op het socialisme richtte zich zowel op het atheïstische karakter van het marxisme als op de theorie van de klassenstrijd, die hij als destructief ervoer voor een vreedzame ontwikkeling naar een rechtvaardiger maatschappij. De rede van Tenthoff werd door het departement van 't Nut in Edam scherp veroordeeld als zijnde socialistische propaganda. In de landelijke pers ontstond een levendige discussie tussen voor- en tegenstanders, waarbij het socialistische dagblad ‘Recht voor Allen’ zich enthousiast toonde en burgemeester Calkoen van Edam in een ingezonden artikel in de NRC van 15 december 1890 als volgt reageerde: ‘Het is niet aan te raden om met de heer Tenthoff in debat te treden. Men weet vooraf niet, of men niet misschien belachelijk zal worden gemaakt en met grote woorden afgescheept’ en ‘niet zonder enige verbazing den spreeker hoorde meedeelen, dat hij wel eens aan hoofdartikelen in Recht voor Allen stof voor zijn preek ontleent, en dat die preeken dan in Hoorn bijzonder mooi gevonden worden…’

Edam in rep en roer.
Edam in rep en roer.

Tenthoff als predikant

Tenthoff was een gezien predikant in Hoorn. Tenthoff horen spreken moet een belevenis zijn geweest. Zijn preken en voordrachten waren onconventioneel, afwisselend geestig en ernstig. De kerkgangers barstten tijdens zijn preek vaak in lachen uit. Het aantrekkelijke van zijn ambt vond Tenthoff het profeteren. In zijn preken spaarde hij niemand. Bezielend sprak hij, vaak improviserend en daardoor woei er een frisse wind door zijn preken. Tenthoff ontleende de stof ervoor vaak aan een gebeurtenis uit het dagelijks leven of aan onderwerpen die hem aan het hart gingen, zoals de sociale kwestie, de vrouwenemancipatie of verzon zelf verhalen, die hij dan in laatste instantie bezag vanuit zijn modern theologische opvattingen. Een aantal preken kwamen uit in brochurevorm, zoals ‘Vrouw en Christendom’(Hoorn, 1899), waarin hij pleitte voor gelijke rechten voor vrouwen en mannen. In de brochure ‘Sport en godsvrucht’ (Hoorn, 1908) uitte hij zijn bedenkingen bij de verruwing in de sport. Tenthoff was meer een profeet dan een pastor. Zijn belangstelling ging vooral uit naar de rol van het christendom in de samenleving, waardoor hij misschien minder oog had voor het zielenleven van zijn gemeenteleden. Zowel met de kerkenraad van de Nederlandse Hervormde Kerk in Hoorn als met de Hoornse orthodox protestanten ging hij de discussie aan over theologische geschilpunten. Zo pleitte hij in de kerkenraad voor het afschaffen van de Hemelvaartsdag, omdat de hemelvaart van Christus pas in de derde eeuw was opgenomen in de Bijbel en daarom niet wezenlijk was voor het christendom. De andere leden van de kerkenraad vonden dat hij veel te ver ging en keurde zijn voorstel af.

In de brochure ‘De reactionaire strooming onder protestanten’ (Hoorn, 1909) analyseerde Tenthoff de rol van de aan invloed winnende orthodoxie, waarvan Abraham Kuijper de voorman was. Hij was van mening dat de orthodoxie in een behoefte voorzag, namelijk de behoefte aan veiligheid en houvast in een snel veranderende tijd. Tenthoff was van mening dat de simpele onaantastbare waarheden van het orthodoxe geloof tegemoet kwamen aan een onzelfstandig denkvermogen. Tenthoff vervulde tal van functies in het kerkelijk leven van Hoorn. Zijn grote passie was het debat, het houden van lezingen en het schrijven van artikelen. Overal werd hij gewaardeerd om zijn scherpzinnigheid, zijn humor en eerlijkheid.

In de bres

Gedurende de jaren negentig van de negentiende eeuw werd het politieke leven beheerst door de kiesrechtkwestie. Tenthoff richtte in 1891 de politieke vereniging Voorwaarts op met het doel om de burgers van Hoorn te informeren over de politieke vraagstukken van die tijd en ze te leren voor hun mening uit te komen. Tal van prominente journalisten, politici en vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke stromingen voerden het woord over het kiesrecht, de sociale kwestie, oorlog en vrede, vrouwenemancipatie enz. Oude bekenden van Tenthoff zoals Domela Nieuwenhuis en Pieter Jelles Troelstra spraken over de sociale kwestie, de feministe Dora Schook voerde het woord over de positie van de vrouw, Johan van der Veer, de eerste Nederlandse dienstweigeraar daagde zijn gehoor uit met de oproep tot algemene ontwapening. De politieke vereniging ‘Voorwaarts’ leidde tot een verlevendiging van het politieke leven in Hoorn.

Boekomslag ‘De eenzame strijd van Johannes Tenthoff’.
Boekomslag ‘De eenzame strijd van Johannes Tenthoff’.

Tenthoff had landelijk enige bekendheid gekregen en werd vaak gevraagd om lezingen te houden over de sociale kwestie. In 1893 sprak Tenthoff het spoorwegpersoneel toe in een manifestatie tegen het goederenvervoer op de zondag. Hij verlangde de zondagsrust in de eerste plaats als rustdag voor het gezin en hekelde de lange werkdagen van het spoorwegpersoneel. Tenthoff betuigde op verschillende manieren zijn solidariteit met de arbeiders. Hij was lid van het comité Honger en Schrik samen met vooruitstrevende liberalen als M.W.F. Treub en B.H. Pekelharing en de sociaal democraat F.M. Wibaut. Dit comité ondersteunde de gezinnen van de landarbeiders in Friesland en Groningen, die betrokken waren geweest bij het hongeroproer en tot onevenredig hoge gevangenisstraffen waren veroordeeld. In Hoorn ondersteunde Tenthoff ontslagen sigarenmakers, die in beweging waren gekomen voor betere arbeidsomstandigheden. Ook in zijn geschriften en lezingen betuigde hij zijn steun aan de arbeidersbeweging. In een van de eerste nummers van het christen-socialistische weekblad ‘De Blijde Wereld’ schreef hij een satirisch artikel, waarin hij de ‘worgwetten’ van het kabinet Kuyper als reactie op de spoorwegstaking in 1903 scherp veroordeelde.

De laatste jaren

Tenthoff had een zwak gestel en een gevoelige aard. Hij kon de vele geschillen vaak moeilijk over zijn kant laten gaan. Dat maakte hem kwetsbaar en vaak voelde hij zich eenzaam. De verslechterende gezondheidstoestand van zijn vrouw Wilhelmina, die aan de ziekte van Parkinson leed, eiste thuis de nodige aandacht op. Haar dood in 1909 kon Tenthoff maar moeilijk te boven komen. Hij was een broze man geworden, die ondanks de steun van familie en vrienden de kracht miste om zijn ambt uit te oefenen. Een jaar lang werd hij verpleegd in het sanatorium Rhijngeest in Oegstgeest. Tenthoff herstelde niet meer en was in 1913 genoodzaakt emeritaat aan te vragen. Zijn laatste jaren bracht hij door in Amersfoort, waar hij in 1916 overleed. In een brief aan de nabestaanden schreef zijn jeugdvriend J.J. Hartman: ‘Hij was wel de edelste mensch die ik ooit heb ontmoet…’

Invloed van Tenthoff

In de grote ontmoeting tussen christendom en socialisme in Nederland heeft Tenthoff een baanbrekende rol vervuld. Als een van de eersten verhief hij zijn stem tegen de apathie die in de kerk heerste ten opzichte van het armoedevraagstuk in de jaren tachtig en negentig van de 19e eeuw. Tenthoff werd gedreven door een gevoel van sociale rechtvaardigheid en redelijkheid. Hij voelde zich aangetrokken tot het socialisme, maar werd geen lid van de SDAP omdat het atheïstische karakter van de partij hem tegenstond. Het optreden van Tenthoff was origineel en verfrissend; hij bracht zijn toehoorders vaak aan het lachen. In Hoorn trad hij naar voren als een scherp polemist en als initiatiefnemer van tal van bijeenkomsten, die het politieke leven in de stad deden bruisen. Tenthoff stond als pionier vaak alleen. De liberale predikanten vonden hem te rood, de socialisten wantrouwden hem als vertegenwoordiger van de kerk, die de arbeiders in de steek had gelaten en de orthodoxe gelovigen zagen een afvallige in hem. Toch was hij voor de jongere generatie een bron van inspiratie. Op Willem Banning, een van de oprichters van de Partij van de Arbeid, maakte Tenthoff grote indruk. Tenthoff raadde de jonge Banning aan theologie te gaan studeren en bracht hem in aanraking met de jonge, socialistisch georiënteerde predikanten van De Blijde Wereld. In de sociale geschiedenis wordt Tenthoff beschouwd als een voorloper van het christensocialisme.

Brochures en artikelen van Tenthoff

- Tenthoff, J.T., 1884, Socialistische nevelen weggevaagd.
- Tenthoff, J.T., 1885, Welke houding voegt ons ten opzichte der arbeidersbeweging? De Hervorming, bijblad, 30 mei 1885.
- Tenthoff, J.T., 1886, De zedelijke grondtrek der sociale beweging, De Hervorming, 31 juli 1886.
- Tenthoff, J.T., 1890, Het socialisme, lezing gehouden in Edam.
- Tenthoff, J.T., 1891, Maatschappij in crisis.
- Tenthoff, J.T., 1893, Waarom Godsdienst, proeve van een beantwoording.
- Tenthoff, J.T., 1899, De vrouw in het Christendom.
- Tenthoff, J.T., 1908, Sport en godsvrucht.
- Tenthoff, J.T., 1909, De reactionaire strooming onder Protestanten, Voordracht.
- Tenthoff, J.T., 1911, Zielsonderzoek in de rechtzaal, Teekenen des Tijds, Xlll, 1911.
- Tenthoff, J.T., 1913, Afscheidswoord, Ons Godsdienstig leven, 1, nr. 4, 26 april 1913.

Bronnen
- Banning, W., 1972, Terugblik en perspectief, Uitgeverij Bosch en Keuning, Baarn.
- Banning, W., 1929, Onze dooden, De Blijde Wereld, 2 februari 1929.
- Kalma, J.J., 1976, ds. J.Th. Tenthoff, een der eerste rode dominees, Leeuwarder Courant, 14 augustus 1976.
- Meertens, P.J. en J.J. Kalma, Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland.
- Noordegraaf, H., 2002, De geschiedenis van ‘rooie dominees’ in Nederland, Onvoltooid Verleden, editie 16, december 2002.
- Schaake, A., 2015, De eenzame strijd van Johannes Tenthoff, Publicatiestichting Bas Baltus, Biografische reeks Hoorn, deel 4.
- Wilzen, H.J. en A. van Biemen, 1953, Samen op weg, 50 jaar ontmoeting tussen christendom en socialisme, Arbeiderspers, Amsterdam.

Illustraties
- J.T. Tenthoff, afbeelding uit De Blijde Wereld, 2-2-1929.
- Edam in rep en roer, prent Johan Braakensiek, Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis Amsterdam, BG H6/75.
- Boekomslag van A. Schaake, De eenzame strijd van Johannes Tenthoff, Hoorn 2015, ontwerp: G. Braas.

Tekst samengesteld door Arnoud Schaake, afgesloten 12 juni 2016.