Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn en het binnenwater (Samenvatting)

Frans J.P.M. Kwaad

Hoorn in het veen

kaart Hoorn anno 1560

Een paar honderd jaar voordat de eerste huizen in Hoorn verrezen, was West-Friesland nog vrijwel volledig onbewoond. Medemblik bestond al wel, vanaf ca. 800 AD. West-Friesland maakte rond het jaar 1000 deel uit van een uitgestrekt moeras dat heel west-Nederland bedekte. De bodem van het moeras bestond uit een metersdik pakket veen. Onder het veen lag klei en zand. Veen is een sponsachtige grondsoort zonder draagkracht die heel veel water bevat. In zijn natuurlijke toestand was het veenmoeras dus onbegaanbaar en onbruikbaar voor landbouwkundige doeleinden. Het moest worden gedraineerd om er bruikbare landbouwgrond van te maken. Omstreeks het jaar 1000 is men daarom begonnen met het graven van sloten in het veen. Het veen lag toen nog ruim boven zeeniveau, ook boven het niveau van de jaarlijkse stormvloeden. Daarom was bemaling niet nodig en hoefde het gebied niet te worden bedijkt. De situatie veranderde echter snel. Door de ontwatering van het veen trad inklinking van de bodem op en verteerde het veen. Hierdoor daalde het landoppervlak tot beneden hoogwater op de Zuiderzee en moest het gebied worden bedijkt. Dit werd de Westfriese Omringdijk. Zolang het land nog boven gemiddeld laagwater op de Zuiderzee lag, kon water worden gespuid uit het bedijkte gebied door bij eb de sluizen open te zetten. Dit noemt men een natuurlijke afwatering. Toen het land steeds verder daalde, werd een natuurlijke afwatering onmogelijk en moest men overgaan op bemaling van het bedijkte gebied met windmolens. Dat gebeurde in de loop van de tweede helft van de vijftiende eeuw. Op verschillende plaatsen in de Hoornse binnenstad, o.a. de Rode Steen, zijn bij opgravingen resten van het veendek aangetroffen onder de bewoningslagen.


satelietfoto Hoorn en omgeving

Satellietopname van Hoorn en omgeving (Bron: ESA-NLR)