Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Dominicus Sapma (1586-1635)

Geboren: 1586 te Amsterdam.
Overleden: 1635 te Hoorn.
Studie: 1607-1610 Filosofie te Leiden.
Beroep en functies:
1610 Gereformeerd predikant te Ter-Aa.
1615-1619 Gereformeerd predikant te Hoorn.
1630-1635 Remonstrants predikant te Hoorn.
Getrouwd met: Grietje Ulbes op 17-11-1611 in Ter-Aa.
Zoon: Benjamin Sapma.

Dominicus Sapma werd in 1586 geboren in Amsterdam. Hij studeerde filosofie te Leiden, was van 1610-1614 predikant in Ter-Aa, werd in 1614 door het stadsbestuur van Hoorn beroepen tot predikant in Hoorn (tot 1619), en was daar nogmaals predikant van 1630-1635.

Remonstranten en contraremonstranten

De strijd om de politieke macht in de Nederlanden in het begin van de zeventiende eeuw viel samen met de strijd om de macht in de protestantse kerken. De verdraagzame aanhangers van de godsdienstleer van Arminius (remonstranten) vonden politieke steun bij de regenten van Holland. De aanhangers van de strenge Gomarus (contraremonstranten) verwierven politieke bijstand van de stadhouder prins Maurits. De stadsbesturen in Holland speelden hierin een sleutelrol. Zij konden dominees beroepen (aanstellen) en ontslaan. De stadhouder kon daarentegen pogen de stadsbesturen te vervangen, ‘de wet te verzetten’. In Hoorn bestond al vanaf het begin van de zeventiende eeuw onrust over godsdienstige aangelegenheden. Het verdraagzame stadsbestuur beriep dominees die gematigd waren. Maar dat was niet naar de zin van een aantal 'preciezen'. Zij vonden deze kerkleraren te tolerant en onzuiver in de leer. In 1614 werd de fel contraremonstrantse dominee Roggius ontslagen, omdat hij weigerde twee gematigde collega's als medepredikanten te accepteren en zich vreedzaam te gedragen. In zijn plaats beriep het stadsbestuur Dominicus Sapma, maar de contraremonstrantse ouderlingen accepteerden de benoeming niet. Ze vonden Sapma te vrijzinnig. De burgemeesters maakten de benoeming echter niet ongedaan. Sapma kwam, en ging voor in de dienst. In 1618 verzette stadhouder prins Maurits in Hoorn de wet. Hij bezocht de stad en verving in het stadsbestuur bijna alle gematigde bestuurders (rekkelijke staatsgezinden) door fanatieke partijgenoten (prinsgezinde contraremonstranten). Remonstrantse dominees werden geschorst. In februari 1619 werden te Hoorn twee nieuwe, rechtzinnige predikanten voorgedragen. De oude dominees waren nog niet eens ontslagen. Zij hadden zich op de uitspraak van de synode beroepen. En die uitspraak moest nog komen. Dominee Sapma was, naar het schijnt, ook geschorst. Tijdens de maand februari 1619 verbleef hij in Dordrecht, waar hij de grote synode (kerkvergadering) bijwoonde. Hoewel hij zeker neigde tot de remonstrantse opvattingen van zijn tijd, was hij nog niet in staat van beschuldiging gesteld. In Dordrecht kreeg hij een brief van zijn hoogzwangere vrouw Grietje Ulbes, waarin ze schreef dat ze binnen een dag haar huis aan de Muntstraat in Hoorn moest verlaten en leeg moest overdragen ten behoeve van de nieuwe dominee! Zo niet, dan werd ze met haar meubilair op straat gezet. Zonder de aan de synode gevraagde toestemming te hebben gekregen, vertrok Sapma direct uit Dordrecht naar Hoorn. Daar was zijn vrouw inmiddels verhuisd naar een leegstaande woning aan het Grote Noord, hoek Kerksteeg.

Verbanning

Sapma werd herhaalde malen door de Staten van Holland via het stadsbestuur gesommeerd Hoorn weer te verlaten en onmiddellijk terug te keren naar Dordrecht. Het volk, op de hand van Sapma en zijn vrouw, accepteerde dat niet. Er ontstonden oploopjes en ongeregeldheden. Soldaten kregen opdracht om gericht te schieten. Er vielen zes of zeven doden. Sapma was intussen teruggekeerd naar de synode te Dordrecht. Die veroordeelde de remonstrantse geschriften, en de rechtzinnige leer werd vastgesteld. De rekkelijke dominees en hoogleraren werden afgezet. Voortaan werden de remonstranten vervolgd en verbannen. Sapma werd uit de Nederlanden verbannen, woonde enige tijd in Antwerpen en Waalwijk, maar dook al spoedig weer op in Amsterdam, Kampen en Hoorn. Overal preekte hij in huizen en schuilplaatsen. Totdat hij op 28 augustus 1621 in Amsterdam op straat werd herkend. Een vrouw die op de Gelderse Kade woonde, maar uit Hoorn afkomstig was, zag hem lopen en zei tegen haar man: “Daar gaat Sapma, die ons getrouwd heeft!” Aangezien zij streng in de leer was, riep zij een schuitenvoerder te hulp. Die liet hem vastzetten in een ellendig hok in het Stadhuis. Hij werd daar tweemaal ondervraagd ‘in het gezigt der pijnbank’. Na enige tijd mocht zijn vrouw Grietje hem bezoeken. In de kleren van zijn vrouw wist Sapma te ontsnappen. Grietje werd ook vrijgelaten. In Hoorn bleef het na 1618 nog enkele jaren onrustig. Strenge plakkaten werden afgekondigd. Nog steeds werden mensen vervolgd en beboet vanwege hun remonstrantse sympathieën. Desondanks bleef men woningen afstaan voor illegale kerkdiensten. En dominee Sapma? Hij zat in Friesland, waar hij in 1624 predikant was. Maar hij bleef Hoorn bezoeken. Na enkele jaren ging het roer om en kregen de gematigden langzaam maar zeker meer greep op de bestuurlijke gang van zaken.

Gevelsteen de Roohandt, Gedempte Turfhaven 34.
Gevelsteen de Roohandt, Gedempte Turfhaven 34.

Predikant in ‘De Roohandt’

In 1630 werd Sapma leraar van de remonstrantse gemeente in Hoorn. Op 19 oktober 1631 wijdde hij het kerkgebouw van de remonstranten in. De remonstranten hadden in de herfst van 1625 het huis genaamd ‘de Roohandt’ gekocht van de eigenaar, met de daarachterliggende mouterij. In het begin van 1626 begonnen zij het in te richten als plaats om te preken door er banken en andere zitplaatsen neer te zetten, maar dit werk werd ongedaan gemaakt door ingrijpen van hoger hand. De banken en wat er verder in aangebracht was, werden in opdracht van het stadsbestuur afgebroken en naar de kapel van het Ceciliaklooster, een van de stadsmagazijnen, gebracht. Aan de poort van de mouterij werd een slot gehangen om voor de remonstranten de toegang onmogelijk te maken. Dit schrijft Velius in zijn Kroniek van Hoorn (hertaling, p. 768). Toen de stadsbestuurders zich enige jaren later wat minder star opstelden, in navolging van prins Frederik Hendrik, konden de remonstranten hun kerk weer in gebruik nemen (in 1631), nog steeds als schuilkerk. Dominee Sapma heeft zijn gemeente niet lang meer kunnen dienen. Op 16 januari 1635 is hij overleden.

Waar lag de mouterij en het huis ‘de Roohandt’, dat Velius noemt en waarin de remonstrantste kerk werd gevestigd? Velius kende het huis ‘De Roohandt’ uit eigen aanschouwing – hij overleed in 1630 –, maar de locatie ervan vermeldt hij niet in zijn Kroniek van Hoorn. Uiterwijk (1983) noemt in haar artikel over Hoornse bierbrouwerijen koopakten uit 1698, 1737, 1749, 1777, 1785, 1798, 1804 van aandelen in een brouwerij, genaamd ‘De roode Hant’, die was gelegen op het Baatland aan de haven van Hoorn. In geen van die koopakten is sprake van een kerk in de gebouwen van de brouwerij. Het is dus wel zeker, dat er in de periode van enige tijd vóór 1698 tot 1804 geen remonstrantse kerk was gevestigd in de brouwerij ‘De roode Hant’ op het Baatland. Waar lag die kerk dan wel? Van der Knaap (2004) situeert de remonstrantse kerk in een mouterij ‘De roode Hant’ die zou zijn gelegen aan de Ramen in het centrum van Hoorn. Hij noemt als aanwijzingen voor deze locatie de naam ‘Arminiaanse Glop’ voor een straatje ter plaatse en een gevelsteen uit 1630 met een naar boven wijzende hand in het pand Gedempte Turfhaven 34. Vreemd is wel, dat het Arminiaanse Glop aan de oostzijde van de Ramen ligt en het huis waarin zich (thans) de gevelsteen bevindt aan de westzijde ervan. De locatie Ramen is overgenomen in de hertaling (2007, noot nr. 33, p. 768) van de Kroniek van Velius. Volgens Van der Knaap is de kerk aan de Ramen waarschijnlijk in gebruik gebleven tot 1815. De vraag rijst: lag er aan de Ramen dan een tweede brouwerij met de naam ‘De Roode Hant’? Overbeek (2008, pp. 40, 213, 216) veronderstelt dat de eigenaar van de brouwerij ‘De Roode Hant’(op het Baadland) aan de Ramen een tweede pand had (eveneens met de naam ‘De Roohandt’), waar het graan voor de bierbereiding werd gemout en waar hij misschien zelf woonde. Hiervoor is (nog) geen bewijs gevonden.

Fragment van de plattegrond van Hoorn door Tirion uit 1743.
Fragment van de plattegrond van Hoorn door Tirion uit 1743. De letter S markeert de plaats van de remonstrantse kerk.

Tirion tekent op zijn plattegrond van Hoorn uit 1743 tussen de oostzijde van de Ramen en de Turfhaven een remonstrantse kerk in, aangeduid met de letter s. Onlangs (juni 2014) zijn door de samensteller van deze biografie in het Westfries Archief te Hoorn twee briefjes uit 1631 aangetroffen, gericht aan Grietje Sapma. Klik hier om de briefjes te zien (PDF 885 Kb). Blijkens de inhoud waren de briefjes afkomstig van een leverancier en behoorden ze bij twee zendingen benodigdheden voor de kerk. De adressering van de briefjes luidt: “Deze brief sal men bestellen aan Grietje Sapma op de turfhaven in de roo handt tot hoorn”. De gevonden briefjes en de kaart van Tirion maken het wel zeker dat de remonstrantse kerk in de Roohandt aan de Ramen gevestigd is geweest. Aangenomen moet worden, dat de gevelsteen met de wijzende hand – als deze bij de remonstrantse kerk heeft behoord – later is verplaatst naar het pand Gedempte Turfhaven 34, gelegen ten westen van de Ramen. Overbeek (2008, p. 40) wijst op een andere mogelijke verklaring van de plaats van de gevelsteen. In de 17e en 18e eeuw heeft aan de westzijde van de Ramen ter plaatse van huisnummer 35 de doopsgezinde kerk ‘De Plemp’ gestaan. Gedempte Turfhaven 34 staat in verbinding met Ramen 35. De steen zou dus bij de kerk ‘De Plemp’ kunnen hebben behoord. Of bij een van de vele andere schuilkerken in dit deel van Hoorn. De precieze (religieuze?) betekenis van de voorstelling op de steen is overigens niet met zekerheid bekend.

Bronnen
- Doopboeken Remonstrantse Gemeente Hoorn 1630-1811.
- Grietje Ulbes, vrouw van Dominicus Sapma.

- Overbeek, H. 2008. Hoornse gevelstenen en andere huistekens. Publicatiestichting Bas Baltus, 256 pp.
- Rombach, J.H., 1978. ‘Dominicus Sapma’. Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlands Protestantisme, p. 309.
- Uiterwijk, F., 1983. ‘Over bierbrouwerijen in Hoorn’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 5, nr. 3, pp. 67-70.
- Van der Aa, A.J., 1874. ‘Dominicus Sapma’. Biographisch Woordenboek, Deel 17, p. 109. Deze tekst ook in DBNL.
- Van der Knaap, J.P.H., 2004. ‘Dominicus Sapma, ‘Bedienaar des goddelijken woords’’. Kwartaalblad Oud Hoorn, 26, nr. 4, pp. 147-156.
- Velius, Th., 1648, hertaling 2007. Kroniek van Hoorn. Publicatiestichting Bas Baltus, Bronnenreeks Hoorn, Nr. 1 (2 delen), pp. 690-769.
- Westfries Archief Hoorn. Archiefstuk Remonstrantse Gemeente Hoorn. Stukken betreffende de (ver)bouw en vergroting van de kerk, Datering 1630-1632. Inv. nr. 0681-204.
- Boon, P. en Veerman-Boon, M., 2013. Doctor Theodorus Velius. Hoorns geneesheer, regent en chroniqueur. Biografische Reeks Hoorn - deel 3. Publicatiestichting Bas Baltus, Hoorn, 224 pp..

Illustraties
- Foto gevelsteen Gedempte Turfhaven 34 - Kerninventarisatie Gevelstenen door Mart Hagenbeek.
- Plattegrond - Westfries Archief.

Tekst samengesteld door Frans Kwaad, afgesloten op 12 november 2017.