Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Willem Cornelisz Schouten (ca. 1577-1625)

Personalia

Willem Cornelisz Schouten (ca. 1577-1625)
Portret van Willem Cornelisz Schouten

Geboren: ca. 1577 te Hoorn.
Overleden: 1625 in de Baai van Antongil (Madagaskar).
Zoon van: Cornelis Jansz. Schouts en Mary Claesdr. of Weijntje Lap van Waveren (volgens verschillende bronnen)
Getrouwd: in 1611 met Aechte Claesdr. (dit was zijn tweede huwelijk)
Beroep en functies: zeeman, schipper van de Duyfken en de Delft, schipper van de Eendracht tijdens de reis naar Indië rond Kaap Hoorn.
Bijzonderheid: mede-ontdekker van Straat Le Maire en Kaap Hoorn.

Levensloop

Willem werd geboren in Hoorn als zoon van een zeekapitein die werkte voor de admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier. Hij is net als zijn vader zeeman geworden en is waarschijnlijk begonnen bij de koopvaardij op de vaart naar de Oostzee en het Middellandse Zeegebied. In 1601 werd hij door de Kamer van Amsterdam van de VOC benoemd tot schipper van het jacht de Duyfken voor een reis naar Oost-Indië. Daar voerde hij een verkenningsreis uit naar Nieuw-Guinea, waarvan men vermoedde dat het een uitloper was van het onbekende Zuidland (Terra Australis) dat naar men aannam moest bestaan om de wereld in evenwicht te houden. In 1605 maakte Willem een tweede reis naar Indië, nu als schipper van de Delft. In Madagaskar stapte hij toen over op de Hof van Holland die op weg was naar Holland. Na deze twee reizen ging Willem vermoedelijk in de houthandel. Zijn volgende carrièrestap was om in zee te gaan met de zakenman Isaac Le Maire met als doel een nieuwe westelijke route naar Indië te vinden.

De eerste reis naar Indië door Straat Le Maire en om Kaap Hoorn (1615-1617)

De gebeurtenis waardoor de naam van Schouten tot op de dag van vandaag is blijven voortleven, is zijn deelname geweest aan de eerste reis naar Indië rond Kaap Hoorn. Wat ging vooraf? Om de moordende concurrentie tussen talloze kleine handelsmaatschappijen en individuele handelaars tegen te gaan werd in 1602 de VOC (Verenigde Oost-Indische Compagnie) opgericht. Deze compagnie kreeg van de Staten-Generaal het alleenrecht op de handel in Oost-Indië via de zeeroutes om Kaap de Goede Hoop en door de Straat van Magellaan. In 1614 nam de schatrijke Amsterdamse koopman Isaac Le Maire die in onmin was geraakt met de VOC, het initiatief om samen met enige andere kooplieden bij de Staten-Generaal een octrooi aan te vragen voor een reis naar Indië via een nog te ontdekken nieuwe route. De toestemming werd verleend voor vier reizen (gevraagd was zes) in de vorm van een ‘Generael Octroy voor die gene die eenighe nieuwe Passagien, Havenen, Landen, ofte Plaetsen sullen ontdecken. 27 Martii 1614.’. Het octrooi hield in:

‘dat die gene die eenighe nieuwe Passagien, Havenen, Landen ofte Plaetsen van nu voortaen sal ontdecken, hy deselve alleenlick sal bevaren ofte doen bevaeren voor vier reysen, sonder dat yemandt anders directelick ofte indirectelick deselve nieuwe ontdeckte ende gevonden Passagien, Havenen, Landen ofte Plaetsen sal mogen uyt de Vereenighde Landen bezeylen, bevaren ofte frequenteren, voor dat den eersten bevinder ende ontdecker deselve vier reysen selfs sal hebben gedaen, ofte doen doen.’

Verder werd in het octrooi gestipuleerd dat geen inbreuk mocht worden gemaakt op eerder door de Staten-Generaal verleende octrooien en concessies. Deze bleven onverkort van kracht. Klik hier voor de volledige tekst van het Generael Octroy. Naast het Generael Octroy werd het initiatief gesteund door Prins Maurits met een aanbevelingsbrief waarin de Prins aan alle Keizers, Koningen, Prinsen, Republieken en Gouverneurs aan wie de brief getoond wordt, vraagt om Jacob Le Maire en Willem Cornelisz. Schouten van Hoorn verlof te geven en te machtigen om waar mogelijk handel te drijven met de inwoners van hun landen, waaronder genoemd wordt Indië.

Titelpagina van het journaal van Schouten.
Titelpagina van het journaal van Schouten.

Isaac Le Maire zocht Willem Schouten aan om als schipper op te treden op één van de twee schepen waaruit de expeditie zou bestaan. Isaacs zoon Jacob zou tijdens de reis de leiding hebben. Schouten was een ervaren schipper die al enkele reizen naar Indië had gemaakt in de functies van schipper, stuurman en koopman. Het is niet bekend, welke rol Schouten heeft gespeeld bij de voorbereiding van de reis - die was waarschijnlijk niet groot - en of hij zelf geld in de onderneming heeft gestoken. Hij zou wel andere investeerders hebben geworven, nl. een aantal notabelen uit de stad Hoorn. Voor de onderneming, in feite een ontdekkingsreis, was in 1614 de Austraelsche Compagnie opgericht, met zetel in Hoorn. Er werden twee schepen uitgerust: de Eendracht, een groot schip van 225 ton en de Hoorn, een kleiner jacht van 69 ton. Schouten was de schipper van de Eendracht. Jacob Le Maire, de oudste zoon van Isaac, voer mee als commandeur of president van de expeditie. Op 14 juni 1615 vertrokken de Hoorn en de Eendracht van Texel op hun ontdekkingsreis.

Voor het verloop van de reis zijn we aangewezen op het in druk verschenen journaal. De handgeschreven scheepsjournalen zijn niet bewaard gebleven. Er bestaan twee versies van het journaal. De eerste versie is in 1618 uitgegeven door Willem Jansz (Blaeu) met de naam van Willem Cornelisz. Schouten op de titelpagina. De tweede versie is in 1622 gepubliceerd door de bewindhebbers van de Austraelsche Compagnie, i.c. Isaac Le Maire, met de naam van Jacob Le Maire in de titel. In beide journaals komen gedeelten voor die zijn ontleend aan het reisjournaal van Aris Claesz. die als koopman meevoer. Deze passages betreffen vooral niet-nautische zaken, zoals beschrijvingen van plaatsen en hun bevolking. In de eerste versie gaat alle eer voor de ontdekking van de nieuwe route naar de Stille Zuidzee naar Schouten. In de tweede versie krijgt Le Maire alle eer. Jacob Le Maire had overigens de reis niet overleefd. Hij overleed in 1616 tijdens de reis van Indië terug naar Nederland. Tussendoor was in 1619 al een bewerking van het Schouten-journaal uitgebracht door Joris van Spilbergen met de naam van Jacob Le Maire in de titel. Beide versies van het journaal zijn vele malen herdrukt, in verschillende talen.

Titelpagina van het journaal van Le Maire.
Titelpagina van het journaal van Le Maire.

Inhoudelijk verschillen de twee journaals niet veel van elkaar. De belangrijkste ontdekking van de reis was inderdaad een nieuwe, veel kortere en bredere, en daardoor veiligere, zeestraat naar de Stille Zuidzee dan de 600 km lange, bochtige, deels nauwe en moeilijk te bezeilen en gevaarlijke Straat Magellaan. De nieuw ontdekte zeestraat werd Straat Le Maire gedoopt. Hij is wel gelegen in het zeer stormachtige zeegebied ten zuiden van Vuurland. Voorts werd de zuidelijkste eilandkaap van Zuid-Amerika gerond. Deze werd Kaap Hoorn genoemd naar de vestigingsplaats van de Austraelsche Compagnie. Het legendarische Zuidland of Terra Australis, het tweede doel van de expeditie, werd niet gevonden. In de Geelvinkbaai bij Nieuw Guinea is een eilandengroep naar Schouten genoemd: de Schouten Eilanden. Deze naam is nu in onbruik geraakt.

Waardoor duurde het zo lang na de reis, voordat de bewindhebbers van de Austraelsche Compagnie hun journaal in druk uitgaven? Dat kwam, doordat de Eendracht bij aankomst in Jacatra, Indië - de Hoorn was tijdens de reis door brand verloren gegaan - in opdracht van de VOC onmiddellijk met alles aan boord, waaronder de scheepspapieren, in beslag werd genomen door J.P. Coen. Met Van Spilbergen kwamen de scheepspapieren van de Eendracht vervolgens naar Holland. In Holland kreeg Blaeu de papieren op de een of andere manier in zijn bezit, uit handen van de VOC. We weten niet hoe dat is gegaan. Isaac Le Maire kreeg de papieren niet in handen en protesteerde heftig tegen publicatie van het journaal en de routekaart door Blaeu. Er werd inderdaad een verbod uitgevaardigd door de Staten van Holland om het journaal te publiceren buiten de Austraelsche Compagnie om. Toch wist Blaeu op de een of andere manier fiat voor publicatie te krijgen. Het is niet bekend, of en in hoeverre Schouten heeft meegewerkt of bijgedragen aan de totstandkoming van het door Blaeu uitgegeven journaal. Hij heeft er later afstand van genomen. Isaac Le Maire was zeer verbitterd over deze gang van zaken. Dat heeft er zeker toe bijgedragen dat hij zijn voormalige compaan Schouten, die in zijn ogen heulde met Blaeu en met de door Le Maire gehate VOC, in de scherpste bewoordingen heeft zwart gemaakt in de ‘Voor-reden aen den Goetwillighen leser’ van het journaal dat uiteindelijk in 1622 door de Austraelsche Compagnie is gepubliceerd.

De vraag is, waarom Blaeu Jacob Le Maire heeft doodgezwegen in het Schouten-journaal. Was dat misschien een voorwaarde van de VOC om Blaeu inzage te geven in de in beslag genomen scheepspapieren van de Eendracht? Maar iedereen wist toch dat de tijdens de reis omgekomen Jacob Le Maire de leider van de expeditie was geweest, en dat hij daarom met ere diende te worden genoemd in het in druk verschenen journaal? En de vraag is ook, of Schouten wel of niet heeft ingestemd met de Blaeu-uitgave of er zelfs aan heeft meegewerkt, en zo ja, waarom. Ook onder druk van de VOC? In 1618 kreeg Schouten door tussenkomst van een notaris, jaren eerder dan Isaac Le Maire, zijn in beslag genomen bagage van de Eendracht terug. In datzelfde jaar werd hij aangesteld als kapitein op een schip van de VOC. Later heeft Schouten zich van de Blaeu-uitgave van het journaal gedistantieerd.

De inbeslagname van de Eendracht was volledig onrechtmatig, want er was octrooi verleend voor een reis naar Indië via een nieuw te ontdekken route. De VOC stelde zich echter op het standpunt, dat het octrooi van de Austraelsche Compagnie niet inhield dat handel mocht worden gedreven in Oost-Indië en dat, indien dit toch werd gedaan, dit een inbreuk betekende op het handelsmonopolie van de VOC in die streken die niet kon worden getolereerd. Hoewel op het moment van inbeslagname nog geen poging tot handeldrijven was gedaan door Jacob Le Maire, was dat wél het streven, zoals blijkt uit de bewaard gebleven pagina's lange instructie die Isaac had meegegeven aan zijn zoon, inhoudende hoe te handelen bij aankomst in Indië. De inbeslagname van de Eendracht en alles wat daarmee samenhing zou een jarenlange juridische nasleep krijgen door een schadeclaim van Isaac Le Maire c.s. tot tenminste driemaal het bedrag aan direct geleden schade, plus het verzoek om het aantal van vier reizen in het octrooi uit 1614 op acht te brengen, en om volledig vrije toegang via de nieuw ontdekte route tot de Oost te verlenen aan schepen van de Austraelsche Compagnie om handel te drijven in Indië, Afrika, Japan, China en alle andere kusten die zich zouden aandienen. Isaac overleed in 1624 zonder dat het tot een definitieve uitspraak was gekomen. Uiteindelijk werd de Austraelsche Compagnie na 25 jaar procederen in 1644 opgeheven zonder ooit voet aan de grond te hebben gekregen in Oost-Indië.

Gevolgde route van Schouten en Le Maire door Straat Le Maire en om Kaap Hoorn.
Gevolgde route van Schouten en Le Maire door Straat Le Maire en om Kaap Hoorn.

In 1997 is een claim gedaan door twee Engelse historici, dat Sir Francis Drake, de boekanier, op 6 september 1578 komend uit Straat Magellaan uit de koers werd geslagen tijdens een zware noordwester storm en op het eiland van Kaap Hoorn terecht zou zijn gekomen, in ieder geval op een eiland op 57 graden Z.Br., met ten zuiden ervan open zee. Dus dat Drake en niet Le Maire de eer toekomt als eerste Kaap Hoorn te hebben bereikt. Dit is geen nieuws. Het is Isaac Le Maire al voor de voeten geworpen door de VOC na afloop van de reis van zijn zoon. Le Maire wist dat zelf heel goed. In het journaal van 1622 wordt een gedetailleerd overzicht gegeven van alle eerdere pogingen om via een route ‘om de west’ (alle door Straat Magellaan) naar de Stille Zuidzee te varen incl. die van Drake. Met name het zuidwaarts afdrijven van Drake was voor Isaac Le Maire die niet over één nacht ijs ging, een van de redenen om erop te vertrouwen dat onder Vuurland een nieuwe route naar Indië kon worden gevonden. Er zijn ook twijfels, of Drake zo ver zuidelijk als Kaap Hoorn is afgedreven en de open zee tussen Zuid-Amerika en Antarctica - nu Drake Passage genoemd - heeft gezien.

Latere jaren

Er is niet veel bekend over het leven van Schouten na zijn reis met Le Maire. In september 1618 werd hij aangenomen als kapitein op een schip van de VOC. In 1625 overleed hij in de Baai van Antongil bij Madagaskar tijdens de terugreis uit Indië aan boord van de Middelburgh, 48 jaar oud.

Bronnen
- Bakhuizen van den Brink, R.C. 1865. Isaac le Maire. De Gids, Jaargang 29, Nr. 4, pp. 1-56.
- Barreveld, D.J., 2002. Tegen de Heeren van de VOC. Isaac Le Maire en de ontdekking van Kaap Hoorn. Sdu uitgevers, Den Haag.
- Bourne, Nicholas, 1628. The World Encompassed by Sir Francis Drake, carefully collected out of the notes of Master Francis Fletcher, preacher in this imployment. pp. 38-46.
- Brozius, J., 2015. Willem Cornelisz. Schouten en het fortuin in de Oost. Kwartaalblad Oud Hoorn, 37e Jaargang, nr. 2, pp. 60-65.
- Engelbrecht, W.A. en Herwerden, P.J. van, 1945. De ontdekkingsreis van Jacob Le Maire en Willem Cornelisz. Schouten in de jaren 1615-1617. Delen 1 en 2. Werken van de Linschoten-Vereeniging, nr. 49.
- Ottens, E. (redactie), 2015. 400 jaar Kaap Hoorn. Themanummer Kwartaalblad Oud Hoorn, 37e Jaargang, nr. 2, pp. 54-107.
- Spilbergen, J. en Le Maire, J.1621. Oost ende West-Indische spieghel, waer in beschreven werden de twee laetste navigatien, ghedaen inde jaeren 1614. 1615. 1616. 1617. ende 1618, pp. 143-192.

Illustraties
- Portret Schouten - Public domain
- Titelpagina Journaal Schouten - Public domain
- Titelpagina Journaal Le Maire - Public domain
- Routekaart - Public domain

Tekst samengesteld door Frans Kwaad, afgesloten op 29 juni 2015.