Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed
Hoorns Biografisch Woordenboek (HBW)

Johannes van Reijendam (1868-1959)

Personalia

Johannes van Reijendam (1868-1959)

Geboren: 19 juli 1868 in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude.
Overleden: 6 januari 1959 in Alkmaar.
Zoon van: Cornelis van Reijendam en Johanna Catharina Baars.
Getrouwd: 9 april 1896 in Haarlem met Wilhelmina Hendrika Schornagel, geboren op 28 september 1876 in Haarlem, overleden op 24 oktober 1957 in Bergen. Het echtpaar kreeg twee kinderen.
Opleidingen :
- 3-jarige hbs in Haarlem.
- Lagere akte handtekenen.
- Middelbare akte lijntekenen.
- Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijzers afd. B (bouw- en werktuigkundig tekenen) in Amsterdam, diploma in 1890.
Beroepen en functies:
- Leraar lijn- en vaktekenen aan de avondtekenschool van de Maatschappij voor de Werkende Stand in Amsterdam, ongeveer 1890-1896.
- Leraar lijn- en vaktekenen aan de ambachtsschool in Haarlem, rond 1893-1900.
- Leraar lijn- en vaktekenen aan de avondtekenschool in Haarlem, 1896-1900.
- Architect in Haarlem, rond 1895-1900.
- Gemeentearchitect in Hoorn, tevens directeur en leraar lijn- en vaktekenen aan de burgeravondschool en ambachtstekenschool aldaar, 1900-1905.
- Directeur ambachts- en burgeravondschool in Nijmegen, 1905-1916.
- Directeur ambachtsschool in Alkmaar, 1916-1923.
Lidmaatschappen en bestuursfuncties:
- Lid van de Maatschappij tot Bevordering der Bouwkunst, vanaf 1895.
- Lid Genootschap Architectura et Amicitia, vanaf 1901.
- Lid commissie voor het Westfries Museum, 1901-1905.
- Bestuurslid van de vereniging ‘De Ambachtsschool voor Alkmaar en omstreken’, 1923-1952.
Onderscheiding:
Erelidmaatschap van de vereniging De Ambachtsschool voor Alkmaar en Omstreken, 1952.
Woonplaatsen en adressen:
- Haarlem, Nieuwe Gracht, later Prinsen Bolwerk, 1896-1900.
- Hoorn, Grote Noord 40, later Baanstraat 38 (toen 34), 1900-1905.
- Nijmegen, 1905-1916.
- Alkmaar, 1916-1939, vanaf 1924 Nassauplein 30 (toen 43).
- Bergen, 1939-1959.

Levensloop

Jonge jaren

Johannes van Reijendam werd op 19 juli 1868 geboren in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude. Hij groeide op als enig kind. Zijn vader was timmerman en later aannemer. Johannes zal in zijn jeugd vele bouwtekeningen gezien hebben. Aannemelijk is dat toen zijn belangstelling voor bouwkundig tekenen gewekt is. Blijkbaar had Johannes ook aanleg voor tekenen, want na de driejarige hbs-opleiding in Haarlem, bekwaamde hij zich verder in die richting. Na de lagere akte handtekenen en de middelbare akte lijntekenen behaald te hebben volgde hij lessen bouw- en werktuigkundig tekenen aan de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijzers in Amsterdam. In 1890 deed hij hier eindexamen. Van de dertien kandidaten was hij de enige die slaagde voor het diploma B (bouw- en werktuigkundig tekenen). Al spoedig vond hij een baan als leraar lijn- en vaktekenen aan de avondtekenschool aan de Groenburgwal in Amsterdam. Overdag deed hij ervaring op als bouwkundig tekenaar bij de architecten Rooy en Van den Ban in Haarlem. Rond 1892 was hij de eerste tekenaar bij de bouw van een door architect Roelof Kuipers ontworpen pand aan de Plantage-Middenlaan in Amsterdam, bestemd om daarin aan hulpbehoevende blinden werk te verschaffen. In de volgende jaren ontwierp hij als zelfstandig architect diverse gebouwen in Haarlem en IJmuiden. Rond 1893 breidde hij zijn werkzaamheden uit met een baan als leraar lijn- en vaktekenen aan de ambachtsschool in Haarlem. In 1896 trad hij in het huwelijk met Wilhelmina Schornagel en verhuisde hij van Haarlemmerliede / Spaarnwoude naar Haarlem. In hetzelfde jaar stapte hij van de avondtekenschool in Amsterdam over naar die in Haarlem. Hierdoor kwam aan het heen en weer reizen een einde.

Muntstraat 4.
Muntstraat 4.

Hoornse jaren

Eind 1899 solliciteerde Johannes naar de betrekking van gemeentearchitect, tevens directeur en leraar aan de burgeravondschool en ambachtstekenschool, in Hoorn. Na veel discussies had de gemeenteraad besloten deze functies te combineren. In 1896 was gemeentearchitect G.J. Hennink overleden. Steeds weer had men de benoeming van een nieuwe architect uitgesteld. De gemeenteopzichter nam zolang de taken van Hennink over. Er gingen zelfs stemmen op die er uit bezuinigingsoverwegingen voor pleitten, de situatie zo te laten en de baan van gemeentearchitect, ook stadsarchitect genoemd, op te heffen. Nog een andere kwestie hield de gemeenteraad al jarenlang bezig: de reorganisatie van het onderwijs aan aankomende ambachtslieden. Deze leerden het vak in de praktijk bij hun baas. Ze konden in de avonduren een driejarige cursus volgen aan de stadstekenschool of een vierjarige bredere opleiding aan de burgeravondschool. In 1899 viel het besluit om de stadstekenschool op te heffen en daarvoor in de plaats een ambachtstekenschool met een volwaardige, vier jaar durende ambachtsopleiding op te richten. De lessen zouden net als die van de burgeravondschool van oktober tot en met maart ‘s avonds in de hbs aan de Muntstraat 4 gegeven worden. De opleiding aan de burgeravondschool werd verkort tot twee jaar. De gemeenteraad ging akkoord met het voorstel een stadsarchitect aan te stellen die tevens directeur en leraar aan beide scholen was. Van Reijendam dankte zijn benoeming aan het feit dat hij ervaring als architect én als leraar had.

Het aantal lessen dat hij gaf, bedroeg gemiddeld zeven uur per week. Meer tijd zal hij besteed hebben aan het directeurschap van beide scholen. Op hem rustte de taak na de reorganisatie het lesprogramma vorm te geven. Op zijn advies werd de cursus aan de burgeravondschool in 1902 weer met een jaar verlengd. De naam ambachtstekenschool verdween al spoedig. Men sprak voortaan van de tweede afdeling van de burgeravondschool. Streng zag hij toe op de aanwezigheid in de lessen. Als een leerling zonder bericht absent was, lag er vaak dezelfde avond al een briefkaart bij diens ouders in de brievenbus.

Oude Doelenkade.
Oude Doelenkade.

De stadsarchitect was het hoofd van de afdeling Openbare Werken en trad op als architect als de gemeente opdrachtgever voor bouw of restauratie was. Zo maakte hij in 1901 een ontwerp voor een gebouw in de Muntstraat, naast de hbs, voor de burgeravondschool, waarvan hij directeur was. In dit plan kreeg het gebouw een eigen ingang. Blijkbaar was daar bezwaar tegen, want een jaar later is de school gebouwd naar een gewijzigd ontwerp, waarin de school alleen via de hbs te bereiken was. Verder had hij tot taak de bouwplannen die ingediend werden, te beoordelen. Na zijn positief advies verleenden B & W dan een bouwvergunning. Omdat er in het stadhuis geen ruimte voor hem als stadsarchitect beschikbaar was, werkte hij thuis. Hiervoor kreeg hij een onkostenvergoeding. Het was de stadsarchitect toegestaan als zelfstandig architect opdrachten van particulieren aan te nemen, mits hij daarvoor toestemming aan het college van B & W vroeg. Dit recht leidde tot de merkwaardige situatie dat hij als stadsarchitect zijn eigen plannen moest beoordelen! Een van de eerste bouwplannen die hij als particulier architect indiende, was dat voor een woonhuis met kantoor voor zichzelf en zijn gezin aan de Baanstraat nr. 38 (toen 34). Zijn driejarig zoontje Cornelis mocht in 1900 de eerste staan leggen. Van de achterkant van dit huis had hij uitzicht op het Rozenhofje, een door hem ontworpen uitbreiding van het St.-Pietershof. Ook de 63 meter lange nieuwe zijmuur van het Pietershof was een ontwerp van hem. Dat hield in dat de tekeningen van de hele gevelwand aan de westzijde van de Spoorstraat vanaf het Dal tot aan de Baanstraat van zijn tekentafel kwamen. Hij legde in de vijf jaar dat hij in Hoorn was, een enorme werklust aan de dag. Naast zijn werk in overheidsdienst heeft hij vele opdrachten van particulieren uitgevoerd. Vaak betrof het de bouw of verbouw van een woon/winkelpand. Hij profiteerde van de vraag naar winkelruimte door de middenstand in die jaren.

Baanstraat 36-38.
Baanstraat 36-38.

Na de Hoornse periode

Na vijf jaar veranderde Van Reijendam van werkkring: hij werd benoemd tot directeur van de ambachtsschool in Nijmegen. De reden dat hij naar deze baan gesolliciteerd heeft, is onbekend. Qua salaris ging hij erop achteruit, maar de werkdruk zal ongetwijfeld lager geweest zijn. Elf jaar later keerde hij naar Noord-Holland terug. Hij aanvaardde de benoeming als directeur van de ambachtsschool aan het Nassauplein in Alkmaar. In 1923 nam hij op vijfenvijftigjarige leeftijd om gezondheidsredenen ontslag, maar hij bleef als bestuurslid van de vereniging De Ambachtsschool voor Alkmaar en Omstreken nauw bij het onderwijs betrokken. Zijn gezondheidstoestand was niet zo slecht dat werken geheel onmogelijk was. Samen met zijn zoon Cornelis Dirk werkte hij als zelfstandig architect. In 1924 ontwierp hij een woonhuis voor zichzelf aan het Nassauplein nr. 30 (toen 43). Net als in Hoorn bouwde hij een huis ernaast voor de verhuur. De Vereniging Oud Hoorn maakte tussen 1927 en 1930 enige malen van zijn diensten gebruik, bijvoorbeeld bij de restauratie van de Mariatoren. Voorzitter Johan Kerkmeijer kende Van Reijendam . Ze hadden in dezelfde jaren tekenles aan de burgeravondschool gegeven. Bestuurslid Jacobus Faber, die overigens Van Reijendams opvolger als stadsarchitect was, had al een restauratieplan voor de Mariatoren gemaakt. Faber had echter, toen hij met ruzie uit het bestuur gestapt was, verboden van zijn tekeningen gebruik te maken. Van Reijendam maakte een nieuwe tekening met een trapgevel aan de stadszijde. Voorzitter Johan Kerkmeijer vond dit historisch niet verantwoord, omdat men niet kon aantonen dat de toren ooit een trapgevel had gehad. Het plan verdween naar de prullenbak en Van Reijendam kon een nieuw ontwerp maken. Dit kon wel de goedkeuring van Kerkmeijer wegdragen.

In 1939 verhuisde Van Reijendam met zijn vrouw naar Bergen. Hier overleed zijn echtgenote in 1957. Twee jaar later stierf hij in Alkmaar, vermoedelijk in het ziekenhuis. Hij is eenennegentig jaar oud geworden.

Rozenhofje vanaf Spoorstraat gezien.
Rozenhofje vanaf Spoorstraat gezien.

Betekenis voor Hoorn

Hoewel Van Reijendam maar vijf jaar van zijn lange leven in Hoorn heeft gewerkt, heeft hij het stadsbeeld mede weten te bepalen door de onder zijn architectuur gebouwde panden, die toen heel modern waren en nu als karakteristiek voor de jaren kort na 1900 worden beschouwd. Het was de tijd van de jugendstil. Elementen ervan, zoals vloeiend gebogen lijnen in muurankers en etalageruiten, paste hij ter decoratie van de gevels toe. Ter afwerking van ramen bracht hij, zoals toen mode was, een strook ingeknipt en opgerold lood tussen bovendorpel en stenen aan. Hij maakte gebruik van moderne materialen, bijvoorbeeld giet- en smeedijzer, geglazuurde stenen en gekleurde verblendsteen, een machinaal vervaardigde gladde baksteen. De winkelpui sloot hij vaak af met een ijzeren balk met gietijzeren rozetten. Ook elementen uit de zogenaamde chaletstijl zijn in zijn werk terug te vinden, bijvoorbeeld de houten balkons en dakkapellen. Hij was echter ook in staat traditionele ontwerpen in bijvoorbeeld neorenaissancestijl te maken, zoals het Rozenhofje en de nieuwe zijgevel van het Pietershof, die moesten passen bij het monumentale hoofdgebouw. Enige bouwwerken van hem vallen in het stadsbeeld op. Aan de haven is dat het blok herenhuizen aan de Oude-Doelenkade. Wie van het station via de Spoorstraat de stad in loopt, ziet al van ver zijn woonhuis aan de Baanstraat. Van zijn woon/winkelpanden hebben de onderpuien helaas veelal het lot van winkelpuien ondergaan: ze zijn gesloopt. De bovenpuien zijn nog aanwezig, hoewel veel details verdwenen zijn. In 1980 heeft de sloop van de jugendstil-apotheekpui aan het Kleine Noord voor veel ophef gezorgd. Omdat er nog geen gemeentelijke monumentenverordening was, konden burgmeester en wethouders de sloop niet verhinderen. Schrale troost is, dat de pui niet op de schroothoop beland is, maar in het buitenmuseum in Enkhuizen weer is opgebouwd.

Lijst van bouwwerken van Van Reijendam in Hoorn die (vrijwel) geheel intact zijn

Jaartal betreft jaar van uitvoering.
- Baanstraat 36-38 (toen 32-34), twee woonhuizen met kantoor,1900. Nr. 38 als woonhuis met kantoor voor zichzelf.
- Keern, bergplaats op het kerkhof aldaar, 1902. Gemeentelijk monument.
- Kleine Noord 15, woon/winkelpand. 1902. Opdrachtgever kruidenier Frederik Cornelis Misset uit Haarlem, een aangetrouwde neef van de vrouw van Van Reijendam. Winkelramen en -deur inmiddels veranderd. Veel versieringen verwijderd. Gemeentelijk monument.
- Muntstraat 4 (toen 2), burgeravondschool, 1902. Toegankelijk via het VOC-gebouw, waar toen de hbs in gehuisvest was. Gehele complex is rijksmonument.
- Nieuwe Noord 9, pakhuis. Opdrachtgever de heer Eijken. Pakhuis ligt achter Grote Noord 52, waar de winkel van Eijken was.
- Noorderstraat 8, herenhuis met notariskantoor, 1903-1904. Opdrachtgever notaris Frederik Lodewijk Booy.
- Oude Doelenkade 27 t/m 37. Zes herenhuizen in opdracht van de NV ‘Bouwmaatschappij Hoorn’, 1903-1904. Sinds 2001 rijksmonument.
- Spoorstraat, Rozenhofje, 13 woningen als uitbreiding van het Sint-Pietershof. Tevens de 63 meter lange nieuwe gevel van het Sint-Pietershof aan de kant van de Spoorstraat, 1900-1901. Woningen ten noorden van het Rozenhofje zijn in 1909 toegevoegd. Gehele complex is rijksmonument.

Lijst van bouwwerken van Van Reijendam in Hoorn, waarvan delen intact zijn

Jaartal betreft jaar van uitvoering.
- Gedempte Turfhaven 5-7, herenhuis met twee bovenwoningen, 1901. Opdrachtgevers: A. Beek uit Den Haag en J. Beek uit Hoorn. Beneden inmiddels verbouwd tot winkels.
- Gedempte Turfhaven 9-11-13, fabriek voor hout- en ijzerbewerking, 1902. Opdrachtgever houtdraaier Johan Abraham Beek. Onderkant inmiddels verbouwd tot winkel.
- Grote Havensteeg 20, hoek Roode Steen, voorpui bevindt zich aan de Roode Steen. Onderpui voor mantelmagazijn De Adelaar,1902. Opdrachtgever de firma F. Polak & Co. Onderpui aan kant van Grote Havensteeg nog intact. Gemeentelijk monument.
- Grote Noord 30, hoek Lange Kerkstraat, bakkerij met twee woningen, 1904. Opdrachtgever Jacob Polak, brood- en koekbakker. Bovenkant grotendeels intact. Dakspits in 1931 gesloopt.
- Grote Noord 32, hoek Lange Kerkstraat, sigarenfabriek met winkel en woningen, 1900. Opdrachtgevers: de gebroeders Wilson, sigarenfabrikanten. Jaar later aanbouw aan de Lange Kerkstraat (toen Kerksteeg). Winkelpui inmiddels gesloopt. Winkel samengevoegd met die van Grote Noord 34.
- Grote Noord 61 (toen 56), nieuwe voorgevel voor schoenenwinkel, 1904. Opdrachtgevers: de gebroeders Bloem. Bovengevel intact.
- Grote Noord 82, woon/winkelpand, 1902. Opdrachtgever Klaas Hille, koopman en manufacturier. Voorgevel boven nog grotendeels intact.
- Grote Noord 87, hoek Gortsteeg, woon/winkelpand, 1903. Opdrachtgever Johannes Bervoets, schoenmaker. Verdieping intact maar veel details verdwenen.
- Nieuwe Noord 6, pakhuis, 1904. Opdrachtgever G.H. van Hoolwerff, apotheker. Tegenwoordig woonhuis. Slechts enkele oorspronkelijke details behouden. Thans is de voorgevel witgeschilderd.
- Nieuwstraat 1, woon/winkelpand, 1901. Opdrachtgevers: gebroeders Wilson. Winkelpui inmiddels vervangen.
- Ramen 11, verbouwing onderpui van 17e-eeuws pand tot toegang voor de erachter liggende door Van Reijendam ontworpen burgerschool voor jongens aan het Nieuwe Noord, 1903.
- Veemarkt 22, militair tehuis, 1902-1903. Opdrachtgever Nederlandse Militaire Bond uit Haarlem. Bovengevel nog intact.

Bronnen
Hoofdbron
- Wigard, drs. M.P., 2002, J. van Reijendam Czn., Gemeentearchitect te Hoorn 1900-1905, Publicatiestichting Bas Baltus, Hoorn, Cultuurhistorische Reeks Hoorn, deel 3.

Verdere bronnen
- Gemeente Hoorn
- Leenders, Jos M.M., 2012, Hij komt van Hoorn. Hoorn tussen 1795 en 1914, een geschiedenis in 64 verhalen, hoofdstuk 52, pp. 641-652, Publicatiestichting Bas Baltus, Hoornse Historische Reeks, deel 6.
- Noordhollands Dagblad, 6-3-1980.

Illustraties
Portret: Westfries Archief.
Foto Muntstraat: F. Kwaad.
Foto’s andere panden: Bureau Erfgoed van de gemeente Hoorn.

Tekst samengesteld door Trudi Schrickx-Guinée, afgesloten op 3 november 2015.