Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Van Tussenschool tot Ireneschool 6

Groeiend aantal leerlingen (1887-1910)

Lagere scholen rond 1890

Aan het eind van de negentiende eeuw zijn er in Hoorn vier openbare en vier bijzondere lagere scholen. De School voor kosteloos onderwijs (voorheen de Armenschool) is gevestigd in de Muntstraat. De voormalige Tussenschool is omgevormd tot de Tweede burgerschool voor jongens en meisjes; het gebouw van deze school staat aan de Kruisstraat. Aan het Kerkplein is de Eerste burgerschool voor meisjes gevestigd. De bijzondere burgerschool voor jongens aan het Nieuwe Noord is sinds 1887 ook een gemeenteschool. Dit is de Eerste burgerschool voor jongens.

Tenslotte zijn er een katholieke jongensschool, een katholieke meisjesschool, een lagere school voor christelijk-nationaal onderwijs en een bijzondere school voor meisjes.

Ramen 11 met links de toegang naar het daarachter gelegen gebouw van Eerste burger-school voor jongens  (foto WFA)
Ramen 11 met links de toegang naar het daarachter gelegen gebouw van Eerste burgerschool voor jongens (foto WFA)

De Tweede burgerschool voor jongens en meisjes

In tien jaar tijd is de school flink gegroeid. Rond 1880 telde de school – toen nog Tussenschool – ongeveer 230 leerlingen. Eind 1887 volgen 316 leerlingen de lessen op de Tweede burgerschool voor jongens en meisjes. Ze krijgen les in de vakken lezen, schrijven, rekenen, vormleer, Nederlands, vaderlandse geschiedenis, aardrijkskunde, kennis der natuur, zingen, nuttige handwerken voor meisjes en gymnastiek. Aanvankelijk krijgen alleen de jongens gymnastiekles. Vanaf 1889 is er ook gymnastiek voor de meisjes. De school telt acht klassen van 9 maanden.

Het schoolgeld bedraagt fl. 1,20 per maand voor het eerste kind uit een gezin. Voor elk volgend kind moeten de ouders fl. 0,60 betalen. Minvermogenden betalen respectievelijk fl. 0,50 en fl. 0,25. (Ter vergelijking: het schoolgeld voor de eerste burgerscholen is voor de laagste drie klassen fl. 25,- per jaar. In de bovenbouw van de Eerste burgerschool voor meisjes is het schoolgeld zelfs fl. 40,- per jaar.)

Gaslicht

In de jaarverslagen van de gemeente Hoorn wordt ook het verslag van de Plaatselijke Schoolcommissie opgenomen. In haar verslag over het jaar 1896 vestigt de commissie niet voor het eerst de aandacht op de belabberde verlichting in de scholen.

β€˜De verlichting […] van enkele lokalen der 2e burgerschool voor jongens en meisjes […] laat gedurende de wintermaanden, vooral in de namiddaguren, zeer veel te wensen over. Zowel met het oog op het onherstelbaar nadeel, dat daardoor aan het gezichtsvermogen van het onderwijzend personeel en de leerlingen kan worden toegebracht, als in het belang van het onderwijs, blijven wij met de meeste ernst op het aanbrengen van gaslicht aandringen.’

Twee jaar later kan de commissie met tevredenheid vaststellen dat alle openbare lagere scholen in Hoorn van gaslicht zijn voorzien.

Klaslokaal met gasverlichting, ca. 1914
Klaslokaal met gasverlichting, ca. 1914

Van Albada overlijdt

Op 27 juli 1910 overlijdt het hoofd van de Tweede burgerschool voor jongens en meisjes, de heer B. van Albada. Hij bekleedde deze functie bijna dertig jaar. Van Albada, geboren op 4 oktober 1852 in het Friese Blesdijke, stamde uit een familie van onderwijzers. Behalve schoolhoofd was Van Albada ook lid van het gewestelijke bestuur van het Nederlandse Onderwijzers Genootschap en directeur van de Hulpspaarbank. Van Albada was tot 1 mei 1910 ook directeur van de Rijksnormaalschool in Hoorn (opleiding voor onderwijzers).

De opvolger van Van Albada bij de Tweede burgerschool is K. Tinholt.