Meer dan een eeuw actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn in de Middeleeuwen

Vijfde hoofdstuk: Langzame opleving (± 1494 - ± 1520)

Pagina 119

… plotselingen dood met het regentschap was belast, en Hendrik VIII, uitredding.

Werd op deze wijze de verkeersbelemmering voor de Westvaart opgeheven, de Oostzeevaart maakte opnieuw een geduchte crisis door, die de zoo vurige begeerte naar scheepvaart en handel, in Hoorn aanwezig, op zware proef stelde en het opnieuw ontluikend bedrijf aan den rand van den ondergang bracht. In een oorlog tusschen Denemarken en de Hanzesteden verklaarden de laatsten de Sont voor Hollandsche schepen gesloten (1510). 1 Evenmin als in vroeger jaren maakte dit verbod veel indruk op onze ondernemende zeelieden. Acht schepen zeilden uit, maar geraakten bij Lübeck in de macht van den vijand. Van die 8, behoorden er 4 in Hoorn thuis, 2 in Enkhuizen en 2 in Waterland. Als antwoord op deze oorlogsdaad zonden Amsterdam, Hoorn en Enkhuizen gezamenlijk vier oorlogsschepen uit om den koning van Denemarken te steunen.

Het schip uit Hoorn, de Bontekoe, was flink uitgerust, met 120 koppen bemand en stond onder bevel van Klaas Maartensz. Toen de vloot in de vijandelijke wateren verscheen, werd ze door de Lübeckers verslagen en tal van koopvaardijschepen, welken ze tot convooi diende, werden vermeesterd.

Het verlies, dat Hoorn leed, bedroeg 20000 Rijnsche guldens. 2 Nadat de vrede tusschen Denemarken en de Oostzeesteden gesloten was, kwamen de laatsten met de geroofde schepen voor handelsdoeleinden naar Holland. Hier werden de genomen vaartuigen in beslag genomen en de eigenaars genoodzaakt een niet onaanzienlijke schadevergoeding te betalen.

Daar de wapenstilstand met de Gelderschen geëindigd was, besloot de magistraat de stad aan alle zijden te versterken, ook aan den zeekant, waar een rij van palissaden den aanvaller de …

1 In 1509 verbood Maximiliaan op verzoek van Lübeck aan de Nederlandsche handelssteden w.o. Hoorn in den strijd met Denemarken koning Johan hulp te verleenen of verkeer met zijn land te onderhouden.
In hetzelfde jaar zond Lübeck een waarschuwing aan dezelfde steden het keizerlijk mandaat niet te overtreden, daar het anders tot krasse maatregelen zijn toevlucht zou nemen en in 1510 verbood het onder bedreigingen door de Sont te varen. Hierop antwoordden de Hollanders van uit Amsterdam dat ze toch hun schepen in de vaart hielden en waarschuwden ze de Lübeckers voor represaille maatregelen. (Hanze Recesse 1477, 1530, deel V, Nos. 408, 556, 567, 610. § 8.
In 1514 stelde Karel van Gelder aan de Wendische steden voor een verbond met hem te sluiten tegen de Hollanders. (Hanze Recesse, 1477, 1530, deel VI, No. 583).
2 Velius-Centen, p. 180; de Informacie noemt een bedrag van 12000 R. g.