Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn's stadsbestuur in vroeger eeuwen (1/10)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud & Nieuw, 44e bundel, pagina 78-95.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1977.
Auteur: Dr. Lucas van Hasselt.

HOORN KRIJGT STADRECHTEN

'Int jaer ons heren dusent, driehondert ses ende viiftich, des zonnendaghes nae onser vrouwendaghe anuntiatio' - dat is in onze stijl 26 maart 1357 - verleende 'Hertoghe Willaem van Beijeren, grave van Holland, van Zeeland, heer van Vriesland, ende verbeijder der graefscap van Henegouwen', aan, 'onse ghoeden luden van Hoorne in Vriesland, om meneghen trouwen dienst, dien si ons ghedaen hebben, ende noch doen sullen, alzulke vriheden ende poertrecht, als onse ghoede luden van onser stede van Medembliic hebben van grave Florens'.
Zo luidt het charter, waarbij Hoorn stadrecht verkreeg en het is een goed punt om daarmede ons verhaal te beginnen. Ook een vast punt, want hoe het Hoorn is vergaan in voorgaande eeuwen, verdwijnt in de schemer van legende en fantasie.
Hoe die dag is gevierd weten wij niet. Geen ooggetuige heeft ons zijn verhaal achtergelaten en geen relaas is ons door traditie overgebracht. De graaf is waarschijnlijk niet in Hoorn geweest. Althans dat moeten wij aannemen, aangezien van de bezoeken van vorstelijke personen, die de stad hebben bezocht, het relaas is bewaard.
Evenmin is het mogelijk een beeld te geven van de stad zelve in die jaren. De nederzetting moet een zekere omvang hebben gehad, anders had zij geen privilege gekregen. De eerste kerk, die gebouwd was buitendijks - ongeveer op de plaats, waar nu de Vijzelstraat op de Vismarkt uitmondt - was alweer verbrand en het zou nog jaren duren voordat de Grote Kerk zou worden opgericht. De Nieuwendam was inmiddels wel aangelegd; zulks met het oog op de belangen van de zeevaart. De vele kloosters waren er nog niet; van een omwalling was eerst sprake een 70-tal jaren later. De Rode Steen was toen reeds marktplaats. De wegen over de dijken, thans bekend als Grote Oost en Grote Noord, zullen wel het verkeer te land hebben gediend. Het verkeer te water liep over de Gouwen de tegenwoordige Kerkstraat en zal wel van meer belang zijn geweest dan het verkeer te land. Ook de Zuiderzee was toen een belangrijke verkeersader; zowel nationaal als internationaal. Hoe lang niet kon ons land door de vele waterwegen een bevoorrechte plaats innemen voor degene, die zich diende te verplaatsen: veiliger en sneller dan in vele andere Europese landen.
Hoorn had in de 14e eeuw reeds een gunstige ligging. Het Hoorn van die dagen moet dan ook van zekere importantie zijn geweest, want in de strijd tussen graaf Willem en zijn moeder Margaretha namen de Hoornsen deel aan de kant van de graaf in de slag bij Zierikzee en die op de Maas. Zo komen wij in de algemene politieke strijd van die tijd, waar wij toch enkele woorden aan zullen moeten schenken, want de daad zelve van de verlening van de stadrechten is niet te begrijpen als men deze niet ziet tegen de achtergrond van de politieke situatie van toen.

HET GRAAFSCHAP HOLLAND

Het graafschap Holland, dat in de eerste eeuwen van zijn bestaan min of meer een achteraf-provincie was van de toenmalige beschaafde wereld, was geleidelijk een rol gaan spelen in de internationale politiek. Graaf Floris V voerde reeds een op Engeland gerichte politiek (zijn zoon Jan werd uitgehuwelijkt aan prinses Elizabeth van Engeland) en kwam daarmee in conflict met de adel met het ons bekende gevolg. Hij steunde in zijn streven op de steden; vandaar ook dat Medemblik in 1288 reeds de privileges ontving, welke Hoorn later zou ontvangen. Met zijn zoon Jan, die zijn vader slechts drie jaar overleefde, stierf het eigen vorstengeslacht uit en kwamen deze landen - toen reeds genoemd 'Hollande plein de richesse' - in handen van buitenlandse vorstenhuizen. Voor eeuwen bleef Holland een rol spelen in de internationale politiek en waren deze rijke landen een verleidelijke inzet voor het politieke pokerspel.
Door vererving kwam de grafelijke waardigheid toe aan Jan van Avesnes, graaf van Henegouwen, die gehuwd was met Filippa, dochter van graaf Hendrik van Luxemburg, de latere keizer Hendrik VII.
Men ziet: bescheiden waren de aspiraties van de landsheer niet. Zijn zoon Willem (de Goede) huwde met een Franse prinses uit het huis Valois; ook deze huwde zijn kinderen uit aan buitenlandse vorstenhuizen: één dochter, Margaretha, huwde met Lodewijk van Beieren, later keizer van Duitsland en een andere met Eduard III, koning van Engeland.
De typische internationale ligging van de lage landen bij de zee, die Nederland steeds zo'n belangrijke rol doet spelen in handel en scheepvaart, blijkt reeds toen uit deze internationale huwelijken.
De laatste Henegouwer, graaf Willem IV, stierf kinderloos in 1345 en zijn dood ontketende een strijd over de erfopvolging. Aanvankelijk tussen de twee zusters: Phillipa, koningin van Engeland en Margaretha, keizerin van Duitsland, welke door de oudste - Margaretha - werd gewonnen. Maar al spoedig werd het bezit van deze landen een twistpunt tussen de moeder en haar zoon Willem, de dolle hertog, aan wiens goedgunstigheid Hoorn haar stadsrechten dankt. Met deze hertog uit het huis Wittelsbach, dat zovele vorsten heeft gekend en tot 1918 in Beieren regeerde, kwam dus aan een Duits vorstengeslacht de grafelijke macht toe. Maar met de twist tussen Margaretha en haar zoon Willem ontbrandde tevens de strijd, bekend als de Hoekse en Kabeljauwse twisten; formeel ontstaan als een strijd om de erfopvolging, in wezen echter een klassenstrijd met het feodalisme als inzet.