Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Iets over Velius en zijn bronnen (1/6)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 26e bundel, pagina 119-134.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1959.
Auteur: W.G. Heeres.

„Zeer bekend, en, om verscheiden redenen, bij de Vaderlandsche Oudheidkundigen in hoogagting is 's Mans Kronijk en beschrijving van zijne Geboortestad”. Aldus luidt de slotzin van het artikeltje over de Hoornse geneesheer Velius in het ‘Vaderlandsch Woordenboek’ van de 18e-eeuwer Jacobus Kok.1)

Dat oordeel geld nog steeds: de betrouwbaarheid van de ‘Chroniick van Hoorn’ van Dirck Velius (1572-1630), de uitvoerigheid, de heldere, boeiende schrijftrant worden terecht geroemd. De betekenis van het werk is niet alleen voor de plaatselijke geschiedenis groot; men treft er berichten in aan, die geheel Westfriesland en Hollands Noorderkwartier betreffen, en de omstandigheid, dat Hoorn in Velius' tijd een belangrijke economische rol speelde, maakt dat zijn mededelingen over handel en nijverheid van belang zijn voor de economische geschiedenis van Nederland. De kroniek geeft bovendien een zeldzaam levendig beeld van de lotgevallen van een stad als Hoorn in de 15e en 16e eeuw. De partijschappen onder de burgerij in de jaren 1477-1482, de wijze waarop in 1572 de overgang naar de Prins plaatsvond, de gebeurtenissen te Hoorn in de laatste jaren van het Twaalfjarig Bestand – om de belangrijkste voorbeelden te noemen – houden verband met algemenere verschijnselen en toestanden en de gedetailleerde mededelingen van Velius erover hebben daarom een meer dan lokale betekenis.

Het is de moeite waard om iets mede te delen over de bronnen waaruit deze schrijver van een befaamde stadskroniek heeft geput. Alvorens dit te doen, willen we echter eerst enige aandacht besteden aan het ontstaan en de geschiedenis van het werk, dat 4 drukken heeft bereikt. Over de totstandkoming van de eerste druk (1604)2) worden wij ingelicht in de voorrede van de schrijver (d.d. 25 oktober 1604) en in de opdracht van de drukker aan de magistraat van Hoorn.
De schrijver vertelt, hoe hem eens in handen gekomen was „een out boexken vant begin / opcomen / en geschiedenissen van onse Stadt Hoorn”. Hij maakte er een afschrift van, vergeleek het met verschillende andere geschriften van gelijke inhoud en stelde op grond van dit alles samen „een kleijne versamelinghe.... van al tgene in onse Stad / tzeedert des seluen begin / tot den iaere 1560. toe / verlopen was”. Het was niet zijn bedoeling dit geschrift te laten drukken; het diende alleen „voor myn en myn huysgesin tot een memorijboexken / daer door wy vande eerste ghesciedenissen onsses Vaderlants yet mochten weten”.

Het bovengenoemde ‘out Boexken’ kwam later in handen van de drukker Willem Andriesz van der Beeck te Hoorn.3) Hij vatte het plan op om het te drukken, maar toen hem bleek, dat Velius over aantekeningen beschikte, die niet alleen op het oude boekje, maar ook op andere bronnen berustten, nam hij liever diens tekst als grondslag. Velius was de drukker ter wille en bracht zijn notities voor publicatie in gereedheid; hij zegt zelf daarover in zijn voorwoord: „Hebbe... noch se1f so veel gedaen / en dit werxken den Drucker te gheualle / uyt de kladden / daer het maer sonder enige orden in opgeteeckent was / by malcanderen gesocht / en tselue so wat mitten ruijchsten in forme van een Chronijcken opghescickt / volgende ouer al den streeck des tijts / daer in yder dinck gheschiet was. Hebbe daerenboven noch een byvoechsel daer toegedan / van alle de bysonderste dingen / die tzedert het voorschreuen Jaer van 1560. daer de oude boexkens ophouden / totten loopenden iare van 1604. sich alhier tot Hoorn toeghedraegen hebben.”

Aldus kwam de eerste druk van de ‘Chroniick van Hoorn’ tot stand. De stof is chronologisch geordend (“volgende ouer al den streeck des tijts / daer in yder dinck gheschiet was”): alle gebeurtenissen, die uit een bepaald jaar het vermelden waard zijn, worden na elkaar opgesomd, dan komt het jaar dat erop volgt aan de beurt, enzovoorts. Het is de heersende vorm van geschiedschrijving in Velius' tijd. Een gevolg ervan is, dat het verhaal van onderling samenhangende gebeurtenissen, die niet binnen één enkel jaar vallen, pleegt te worden onderbroken door berichten, die niets met die gebeurtenissen uitstaande hebben, eenvoudig omdat niet kan worden medegedeeld, wat er in een bepaald jaar gebeurd is voor het voorafgaande jaar helemaal is afgehandeld.

De laatste regel van de titel luidt in de eerste druk: „Alles uyt verscheyden schriften by een versamelt, en in drie boexkens verdeelt / door D.D.V.” (Doctor Dirck Velius); de overeenkomstige regels in de tweede druk luiden anders: „Eensdeels oversien en verbetert, eensdeels op 't nieu beschreven, deur D. Velius., Dr. in de Medecijnen tot Hoorn”. Uit het verschil in formulering en de vermelding van de volle naam in plaats van de initialen blijkt een verandering in de verhouding tussen de auteur en zijn boek: zijn werkzaamheid is uit meer gaan bestaan dan alleen compileren en ordenen.

Dr. Dirck Velius heeft dit boeck / ghegheven tot zijnder ghedachtenisse aen....
Dr. Dirck Velius heeft dit boeck / ghegheven tot zijnder ghedachtenisse aen / zijn Huysvrouwe Aef Ewouts / den 22 Aprilis Anno 1617.