Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Pieter Jansz. Liorne en de Nederlandse Scheepsbouw (1) 1)

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 24e bundel, pagina 60-75.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1957.

Tot ver in de 15e eeuw terug vormde onze zeemacht een factor in de politiek van West-Europa.
Nog bij het uitbreken van de Opstand tegen Spanje had echter de landsheerlijke scheepsmacht als zodanig niet veel om het lijf. Er bestond nog geen bepaald onderscheid in bouw tussen oorlogsschepen en kaapvaarders.

Een zeer kleine staande vloot van een elf zeilen was beschikbaar voor de lopende dienst ter zee. Verder werd er van 's vorsten wege enig geschut en ander krijgsgereedschap in voorraad gehouden. Met behulp daarvan konden, als de noodzakelijkheid zich voordeed, de in de scheeprijke gewesten Holland en Zeeland steeds verkrijgbare koopvaarders met bekwame spoed ten oorlog worden toegerust.

In de eerste tijd van de Opstand veranderde er niet veel. Rondom een kleine kern van eigen oorlogsbodems, in vaste dienst van de Prins van Oranje en de gewestelijke besturen, groepeerden zich in grote getale de daartoe gerequireerde en ten oorlog gewapende koopvaardijschepen, waarbij zich in Zeeland vaak de op buit beluste particuliere kaapvaarders voegden.
Meer dan in het aantal oorlogsschepen ligt de betekenis van ons zeewezen in die tijd dan ook in het van 's lands wege in voorraad houden van geschut, ammunitie en scheepsbenodigdheden.

Het waren dus de koopvaarders, die het hoofdbestanddeel van onze oorlogsmacht te water vormden. Deze weerspiegelt dan ook in een klein bestek de verhoudingen, die men toen in het groot bij onze koopvaardijvloot aantrof.
In beperkt aantal kwamen onzerzijds de in bouwen tuigage nog sterk middeleeuws aandoende grote scheepstypen voor.
Deze gevaarten waren echter voor de oorlog in onze met ondiepten bezaaide zeegaten en kustwateren weinig geschikt en ook om andere redenen waren de dagen van zulke verouderde, logge vaartuigen in onze gewesten geteld.

Sedert het tweede en derde decennium van de 16e eeuw raakte hier te lande meer en meer een kleiner scheeps type, de boeier, in gebruik. Steeds verder waagden zich deze lichte, zelden meer dan 50 last metende scheepjes van huis en verdrongen daarbij de razeilschepen uit het verkeer.