Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Het muziekcollege te Hoorn

Eerder verschenen in West-Frieslands Oud en Nieuw, 14e bundel, pagina 216-219.
Uitgave: Historisch Genootschap "Oud West-Friesland", 1940.
Auteur: A. Merens.

De heer A. Merens schrijft ons:
In een artikel in „Het Huis Oud en Nieuw”, 9en jaargang, afl. 8, Aug. 1911, schrijft J. C. Kerkmeyer, de zoo bij uitstek deskundige kenner van Oud-Hoorn, onder meer over „de Waag”, dat de bovenverdieping van dat gebouw voor allerlei doeleinden in gebruik is geweest. Toen de oude Waag in Mei 1609 afgebroken en de nieuwe, welke thans nog de Roo-Steen siert, werd gebouwd, heeft de bouwmeester daarin wel een ruime bovenzaal gemaakt, doch blijkbaar geen trap, om die te kunnen bereiken. Althans in de vergadering van de Vroedschap op 16 April 1611 werd de vraag reeds besproken, of men een trap aan de Waag zal maken en waar men die dan zal zetten. In 1613 werd het huis beoosten de Waag door de stad genaast en naar alle waarschijnlijkheid heeft men toen gelegenheid geschapen, om door dit huis een trap te bereiken, om op deze verdieping te komen.

Inderdaad is de bovenzaal van de Waag wel voor velerlei doeleinden gebruikt; lagen er schutters in, toen Prins Maurits op 5 Oct. 1618 de vroedschap omzette, ruim een eeuw later, n.l. op 14 Aug. 1720, had er de inteekening plaats voor de op te richten „Compagnie van Commercie en Navigatie”. In 1754 diende ze weer de krijgsmacht, toen kapitein Cornelis Gallis haar met zijn nachtwacht betrok, terwijl er in 1777 een loterij ten voordeele van de stad gehouden werd.

Eveneens in de 19e eeuw heeft het stadsbestuur er partij van weten te trekken: de stadsteekenschool was er tot 1900 gevestigd, terwijl het Teekengenootschap „Debutade” haar als loge gebruikte. Daarna zijn er nog verschillende cursussen, o.a. voor hoefbeslag en huisvlijt, gehouden, maar heden ten dage is het lokaal buiten gebruik gesteld. Aan deze reeks van doeleinden kan nu nog worden toegevoegd, dat de zaal ook nog ter beschikking werd gesteld van een muziek-college, hetwelk in 1684 te Hoorn werd opgericht en blijkbaar als een zijner eerste daden besloot, een positief – d.w.z. een klein orgel – aan te koopen en dit in de bewuste bovenzaal te plaatsen door zooals de notarieele akte duidelijk vermeldt, „vergunning"” van Heeren Burgemeesteren.

Ik trof deze akte in het protocol van notans Barend Hofmeester, No. 2256 fol. 189 Rijksarchief van de Provincie Noord-Holland, te Haarlem, aan en acht haar merkwaardig genoeg om haar onverkort te laten volgen; ze luidt als volgt:
„Op Huijden den 22e Novemb(ris) A(nn)o 1684 compareerden voor mij Barent Hofmeester, openbaer not(an)s bij den Hove van Hollant geadmitteert in Hoorn residerende ter presentie van de naegenoemde getuijgen den E. Cornelis van Neck. organist, mr. Lukas Teelinck, Do. Johanis Tentije, m(eeste)r in de Latijnse schole, Claes Cos, secretans, Johanis Visscher, (meeste)r in de Franse tale, Cornelis van Schaack, kamerbewaerder van de West-Indische Camer, Israel Swave, chirurgijn, Jesaias Cos, not(ari)s ende Claas Comp(oste)l, saijlemaker, alle lifhebbers in de musiek, wonende hier ter stede, behalven de voorn(oemenden) Claas Kos ende Jesaias Cos, welcke residerende tot Benningbroek ende verclaerde de voors(egde) comp(aran)ten met den anderen veraccordeert ende overeen gecomen te wesen gelijck sij doen bij desen wegens soodanige positief speelwerck als sij met malcander in gemeenschap hebben gecoft en betaelt en dat op deze navolgende conditie.

Dat het positief sal strecken ten dienste van het musiek collegie bij haer opgeregt, alwaer het tegenwoordig in dese stadt door vergunninge van de Agtb(aren) Heeren Burgemesteren) op de Waag gehouden wert, soo lange iemant van de bovenschreven comparanten hetselve genegen sal sijn te frequenteren sonder dat iemant van deselve int bijsonder eenig regt of actie tot het gebruijck desselfs buijten het Collegie sal hebben of mogen pretenderen gelijck het voorn(oemde) positief dieshalven altijt sal geplaest blijven op de voorn(oemde) musiekkamer soolang de gemelde plaets bij de Agtb(aren) Heeren Burgem(eesteren) als een musiekkamer aen de lifhebbers wert vergunt, ende ingevallen het gebruijek van de voor(oemde) kamer door de welgemelte heeren de lifhebbers wierde geinterdiceert, dat in soodanigh geval het positief evenwel altijt sal moeten berusten binnen dese stadt en alsdan gebragt worden ten huijsen van iemant van de voorn(oemde) comp(aran)ten, dewelcke of bij meerderhijt van stemmen of door het lot daertoe sal werden geeligeert, alwaer hetselve sal moeten blijven en berusten ten tijt daer weder een nieuwe Collegie in het welck iemant van de voors(egde) comparanten als lit sal adsisteren, begonnen wert, als wanneer 't voorn(oemde) positief weder sal gebragt werden ter plaetse tot het collegie gedestineert.

Dat oock niemant van de gemelde comparanten, terwijl het in het collegie gebruijckt wert, den toegang tot hetselve als lit sal mogen werden geweijgert mits sig in allen delen onderwerpende de wetten off ordonnantie in haar tegenwoordige collegie gestatueert en bij alle de voorn(oemde) comp(aran)ten aangenoomen; en bij aldien iemande van de comp(aran)ten om redenen uijt het tegenwoordige collegie quam uittevallen, dat evenwel denselve den toegang als toehoorder tot het collegie noijt sal mogen geweijgert worden, mits sig gedragende soodanige in haer collegie, dat het musiek door sijn presentie en gedrag geen verhinderinge werde toegebragt.

Hier nevens sal niemant van de comp(aren)ten vermogen hunne actie en geregtigheijt op het positief overgeven ofte vercopen aen een ander dewetelijck nogte indewetelijck dewijl 'tselve bij ieder van de comp(aran)ten zal blijven in eijgendom aen dewelcke dienvolgens dese geregtigheijt alleen sijn respecterende, en niet aan iemant anders; ende waer het saake, dat bij manquement van collegie (het positief in yemants huijs berustende) soo sal het alle de voorn(oemde) comp(aran)ten ten minsten eenmael des jaers toegelaten sijn het positief te visiteren, in hoedanigen staet hetselve gestelt is en bij aldien (enig gebreck gevonden sijnde) geresolveert wort, dat hetselve behoorde gerepareert te worden, sal de reparatie geschieden ten kosten van alle de comp(aran)ten, dewelcke ieder haer geregte portie daertoe gehouden sullen sijn te contribueren.

Wijders soo sal niemant van de comp(aran)ten sijn regt tot dit voorn(oemde) positief verliesen al geviel het, dat deselve quamen metter woon te vertrecken buijten dese stadt, vermits hetselve aen hem sal blijven soolange hij in leven is.

Eijndelijck is bij de voorn(oemde) comparanten geacor(deer)t, dat de volle possessie en eijgendom van 't positief sal komen en versterven aen de langstlevende van haer, die als volcomen possesseur daermeden sal mogen doen en handelen naar desselfs welgevallen.

Voorts is versproocken en vastgestelt, indiender eenige questie onder haer soo uijt 't gene voorn(oemt) als oock uit eenig voorval van saaken hier inne niet gemensioneert quam te ontstaan, dat de soodanige questie altijt sal werden gedecideert, 't sij door meerderheijt van stemmen, off door 't lot in welcke questie de meerderheijt van stemmen geen plaats hebben kan, en want alle 't gene voorn(oemt) staet alsoo met malcanderen in minnen ende vrintschap hebben geconditionneert en vastgestelt, soo hebben se belooft en aangenomen om alle 't selve onverbreeckelijck te agtervolgen ende naa te coomen als comende daervoor te verbinden haer persoonen ende goederen, als naa regten.
Aldus gedaen ende gepasseert in Hoorn voorn(oemt) ter presentie van Hedding Buijs ende Hermanus Dircksz., inwoonden deser stadt als getuijgen.

Maken de leden van het muziekcollege gewag van de bekomen vergunning door heeren Burgemeesteren tot het gebruik van de bovenzaal van de Waag, deze zelven hebben blijkbaar hunne bereidwilligheid niet van zooveel belang geacht, om haar te boekstaven.

Mijn onderzoek in het „Secreet Resolutieboek van Burgemeesteren en Vroedschappen” 1654-1688 en in de „Resolutien van Burgemeesteren en Vroedschappen” 1665-1726, het memoriaal van Burgemeesteren en Regeerders 1664-1685 en het Register der brieven, afgezonden door Burgemeesteren en Vroedschappen 1683-1685, alle bewaard in het Gemeente Archief te Hoorn, bleef vruchteloos, zoodat aangenomen moet worden, dat Burgemeesteren hun toestemming mondeling aan het muziekcollege zullen hebben gegeven.

Over de leden-oprichters van het muziekcollege, met uitzondering van Visscher, is mij niet naders bekend, noch over zijn lotgevallen; slechts kan ik memoreeren, dat verschillende geslachten van Neck – alle waarschijnlijk afkomstig uit het gehucht Neck in den Beemster – te Hoorn gevestigd zijn geweest en dat ook het geslacht Cos in West-Friesland zeer bekend is geweest en tot den huidigen dage zulks is gebleven.

Toevallig vond ik over Johannis Visscher, meester in de Fransche taal en later ook benoemd tot voorzanger bij de Waalsche gemeente Hoorn, in archieven en notarieele protocollen nog een en ander.