Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Een veel gestelde vraag

Waarom is Hoorn, zo'n welvarende VOC-stad geworden?

Hoorn was voor de oprichting van de VOC (dus voor 1602) al een belangrijke handelsstad. Omstreeks 1250 werd de Westfriese Omringdijk gesloten. In 1320 is er sprake van een spuisluis in de dijk, aan de oostzijde van de huidige Rode Steen. Daar was tevens een marktplaats, waar goederen werden verhandeld uit het Westfriese achterland, een verzameling dorpjes met een bevolking van boeren en vissers. Via de Gouw bereikte men de sluis, die bij gunstige waterstand toegang gaf tot de zee. Schepen uit zee konden de plaats bereiken via een diepe geul. Een natuurlijke, buitendijkse inham bij de latere Nieuwendam bood een beschutte ligplaats. Hoorn lag op de handelsroute tussen het Oostzeegebied en Vlaanderen. Handel, visserij en scheepvaart ontwikkelden zich voorspoedig en in 1357 kocht Hoorn stadsrechten. Hoorn en de zee waren eeuwenlang met elkaar verbonden.

De stad kreeg in de 16e en 17e eeuw grote internationale betekenis op terreinen van handel, scheepvaart en scheepsbouw. Niet alleen had Hoorn een kamer van de VOC (1602-1795), maar ook een Noordse Compagnie (1614-1642), walvisvaart vanuit Hoorn (1614-1779) en handel met Afrika en West-Indische landen (West Indische Compagnie:1621-1791). Vanaf 1595 werden de eerste fluitschepen in Hoorn gebouwd.

-Bron: "Hoorn en de Zee", redacteur Anita Muller, Hoornse Historische Reeks deel 4, 2002.
Publicatiestichting Bas Baltus, verkrijgbaar bij Oud Hoorn in Oost-Indisch Pakhuis.


<< Terug naar het gestelde vragen overzicht

 

Redactie "veel gestelde vragen": Diana van den Hoogen, Hoorn