Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Een veel gestelde vraag

Wat of wie is een boonganger?

Sinds kort (februari 2009) hebben de fietspaden in wijkpark Risdammerhout straatnamen. Wagenpad en Karrenpad zijn wel duidelijk, maar het pad tussen de splitsing Geldelozeweg en naar de Dorpsstraat v.v. heet "Boonganger".

Een boonganger is een deelnemer aan de boongang, een verkiezing van het stadsbestuur door middel van een loting. Hoe ging dat precies in zijn werk?

Het stadsbestuur bestond uit schout en schepenen. De schout, vertegenwoordiger van de landsheer, werd door deze aangewezen. De benoeming van de schepenen door de schout was een zonderlinge procedure, die zeker waard is hier te worden vermeld. Op Goede Vrijdag moesten de rijksten onder de poorters, d.w.z. de hoogst aangeslagenen, uit hun midden 9 personen aanwijzen, hetgeen geschiedde bij loting. Deze 9 kozen 21 man, uit welke de schout op Paasmaandag de zeven schepenen benoemde. Die "ricdom" werden later belangrijke lieden. Zij kregen geleidelijk aan meer invloed en zijn de voorlopers van de gesloten regentenstand uit later dagen. Die verkiezing van de negen mannen noemde men "ter lote" gaan, nog later "te boon gaan" en de negen mannen heetten "Kiesmannen". In een zakje werden evenveel bonen gedaan als er kiesgerechtigden of "boonluiden" waren; witte bonen, doch negen zwarte. Degenen die een zwarte trokken moesten de 21 mannen kiezen. Men was vrij in zijn keuze, behoudens dat de gekozenen geen bloedverwanten mochten zijn en drie achtereenvolgende jaren "poorter" moesten zijn geweest.

Dit ter boon gaan had plaats in de Grote Kerk, na de predicatie, in het koor ten overstaan van de burgemeesteren en de schout. Na de loting gaat het gezelschap onder leiding van de schout en vergezeld van de secretaris en twee stadsboden en vier hellebaardiers naar de consistorie. De deur wordt gesloten en bewaakt door de bodes en de hellebaardiers; de schout en de keurmannen gaan kringsgewijs staan, waarna de schout hen toespreekt en de eed afneemt. De keurmannen mochten de consistorie niet verlaten voordat zij de nieuwe burgemeesters en de 21 mannen hebben gekozen.

(Bron: West-Frieslands Oud en Nieuw, 44e bundel, 1977, pp. 78-79 e.v.)

In Hoorn werd de stadsregering gevormd door een twintig leden tellende raad, die meestal de vroedschap werd genoemd, en het college van de magistraat, bestaande uit de schout, vier burgemeesters (van 1422 tot 1442 drie burgemeesters; daarna vier) en zeven schepenen.

Wie er in de vroedschap werden benoemd konden de regenten dus onderling uitvechten, maar dat gold niet voor de verkiezing van de burgemeesters en schepenen, want daarbij was, in tegenstelling tot in de meeste andere steden, in Hoorn de burgerij betrokken.

Ieder jaar op Goede Vrijdag werd een aantal gegoede burgers bijeengeroepen in de Grote Kerk. Een voor een trokken zij een boon uit een zak, die werd opgehouden door de presiderende burgemeester, en waarin, tussen een aantal witte, negen zwarte bonen zaten. Degenen die de zwarte bonen trokken werden tot "keurmannen" geproclameerd en mochten de burgemeesters kiezen. Ze deden dat door beurtelings voor te stellen en vervolgens te stemmen over de voorgestelde kandidaten. Bovendien nomineerden zij 21 personen waaruit de schout de zeven schepenen koos.

Deze gang van zaken was gebaseerd op een handvest uit 1422, waarin was bepaald dat alle burgers die tien pond schotbelasting betaalden of voor vijfhonderd gulden gegoed waren het recht hadden "te boon" te gaan.

Boongangers werden voor het leven aangewezen. Behalve katholieken waren ook broers en zonen van boongangers uitgesloten. Onder de boonmannen waren altijd alle leden van de vroedschap, maar het totale aantal was onbepaald.

(Bron: L. Kooijmans: Onder regenten. De elite in een Hollandse stad. Hoorn 1700 - 1780; pp.29 +38. De Bataafsche Leeuw, 1985, ISBN 90. 6707.092.0)

De boongang heeft heel lang bestaan tot ver in de 18e eeuw.

oorlogsgraven


<< Terug naar het gestelde vragen overzicht

 

Redactie "veel gestelde vragen": Diana van den Hoogen, Hoorn