Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Hoorn en het binnenwater Jubileumnummer Kwartaalblad 2003 / 5

Enkele waterstaatkundige aspecten van Hoorn en omgeving in de 13e - 17e eeuw

door Frans J.P.M. Kwaad, fysisch-geograaf

Jubleumuitgave, 25 e jaargang, kwartaalblad Oud Hoorn
Let op: De figuurnummers in de tekst verwijzen naar de figuren in de gedrukte versie. Niet al deze figuren komen voor in deze website.

Inleiding

Het eerste begin, het ontstaan, de geboorte. Om de een of andere reden fascineert ons dat. Dat geldt ook voor de stad waarin we wonen. Wat zouden we dan zo graag precies willen weten over het ontstaan van Hoorn? Op de eerste plaats natuurlijk: wanneer is dat geweest, dat eerste begin? Hoe oud is Hoorn? En: waarom is Hoorn juist toen ontstaan? En: waar stonden de eerste huizen en hoe zagen die eruit? En: wie waren de eerste bewoners van Hoorn, waar kwamen ze vandaan en waarom vestigden ze zich juist daar, in die streek en op die plek? Wat trok hen daar? En: hoe zag die plek en het omringende land eruit? Hoe leefden ze daar? Waar leefden ze van? En: Wat was er zo bijzonder aan Hoorn, vergeleken met naburige plaatsen als Schellinkhout en Schardam, dat van deze drie juist Hoorn kon uitgroeien tot een stad? Was dat in het eerste begin al te voorzien? Allemaal vragen. Hoe vinden we daarop een antwoord? We moeten het hebben van sporen, die van het eerste begin zijn overgebleven of nagelaten, zoals resten van huizen en gebruiksvoorwerpen. Liefst ook geschreven berichten van tijdgenoten. In dit artikel worden uiteraard niet alle opgeworpen vragen behandeld. Op verzoek van het Bestuur is het accent gelegd op de meer fysisch-geografische aspecten van de wording van Hoorn. Na een schets van de situatie in West-Friesland en een presentatie van de visie van Velius op het ontstaan van Hoorn, wordt dieper ingegaan op enkele waterstaatkundige aspecten van de stad in vroeger tijd. Voor dit artikel is gebruik gemaakt van bestaande publicaties over Hoorn en West-Friesland, waaraan enkele eigen ideeën van de schrijver zijn toegevoegd. In de tekst wordt naar de gebruikte publicaties verwezen via auteursnaam en publicatiejaar. Aan het eind van het artikel is een lijst van de geraadpleegde literatuur opgenomen. Er is geen archiefstudie voor het artikel verricht.

Om de lezer op het juiste spoor te zetten bij het lezen van het artikel, geef ik hier kort de kernpunten ervan weer. De gangbare opvatting over het ontstaan van Hoorn is, dat de stad rond 1300 is ontstaan aan de monding van een waterloop die vanuit het achterland van West-Friesland ter plaatse van het latere Hoorn via een sluis in de Westfriese Omringdijk uitmondde in de Zuiderzee. Dit water, genaamd de Tocht of de Gouw , zou gezorgd hebben voor de afwatering van een (onbekend) deel van West-Friesland. Ten tijde van het ontstaan van Hoorn lag het land nog boven gemiddeld laag water, maar beneden gemiddeld hoog water op de Zuiderzee. Er was dus een dijk nodig om het land bij hoog water (en zeker bij stormvloeden) te beschermen tegen het zeewater. Dat was de Westfriese Omringdijk. Om het regenwater uit het binnenland te kunnen afvoeren en lozen op de Zuiderzee waren uitwateringssluizen nodig in de dijk. Er was nog geen bemaling in de eerste eeuwen van het bestaan van Hoorn. Bemaling met behulp van windmolens werd pas ingevoerd in de tweede helft van de 15e eeuw. Het binnenwater kon dus alleen worden gespuid door bij eb de sluizen open te zetten. Tijdens vloed op de Zuiderzee moesten de sluizen gesloten blijven. Dit systeem werkte goed, zolang het land binnen de dijken nog boven gemiddeld laag water lag. De hier kort weergegeven gangbare visie op het ontstaan van Hoorn heeft bij de auteur als fysisch geograaf, twee vragen doen rijzen:
1. Als tijdens vloed de sluis werd gesloten, waar bleef gedurende die vloedperiode (die ca. zes uur duurde) het water, dat door de Tocht (Gouw) werd aangevoerd? Hoeveel water was dat, en waar werd het tijdelijk opgeslagen tot het moment, dat de sluis weer openging?
2. Volgens Velius is in 1420 het deel van de Tocht (Gouw) vlak vóór de sluis (de Kerkstraat) gedempt. Hoe en waar werd vanaf 1420 het water op de Zuiderzee geloosd, dat nog steeds door de Tocht (Gouw) vanuit het achterland van West-Friesland werd aangevoerd naar Hoorn?
In dit artikel worden deze twee vragen nader onderzocht. Daarbij wordt gekeken naar veranderingen in de waterstaatkundige toestand van midden West-Friesland in de periode vanaf het begin van de ontginning (rond 1000 AD) tot 1500 AD. Ook komt de vraag aan de orde, of de Tocht (Gouw) een natuurlijke of een gegraven waterloop is geweest. Aan het slot van het artikel wordt de verrassend lage ligging t.o.v. NAP besproken van de oudste bewoningssporen op de lokatie van de afgebrande Winston bioscoop aan de Rode Steen.