Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Grote Kerk te Hoorn

Het carillon

Auteur: Albert de Graaf

Grote kerk
De oude Grote Kerk

houten klokkentoren
Houten klokhuis aan het Kerkplein
met rechts een stukje van de oude Grote Kerk

Al in 1532 schafte men een klein carillon of voorslag aan van tien klokken, gegoten door Geert van Wouw uit Kampen. Door middel van een houten speelton bracht men dit werk tot klinken: uur, half uur en kwartier en zo gemaakt dat men er allerlei wijsjes op kon stellen.

In 1600 vervaardigde Wigger Albertsz een nieuw speelwerk. Er kwam een ijzeren speelton en in de jaren 1601 - 1605 breidde men het carillon uit met zes klokken. Het (houten) klokhuis aan de overkant kreeg er nog twee bij, één klok van maar liefst 3050 pond. Om het geheel wat meer ruimte te geven vijzelde men het klokhuis 24 Hoornse voeten op, een technisch hoogstandje! (0,2777 m x 24).

Het klokhuis bevatte vier klokken, te weten één toegewijd aan Sint Jan Baptist, gegoten door Gobele Zael, (1531); één gegoten door Cornelis Ammeroy, (1603); één gegoten door Johan Gerardus Vison met opschrift "Jhesus Maria" (geen jaartal van bekend) ; één gegoten door Cornelis Ammeroy in 1606.

Compleet luidend in het machtig en stevige bouwwerk trilde de halve stad op haar grondvesten.

Het carillon, nog steeds in de oude stemming, vergelijk het nog aanwezige klokkenspel uit 1596 in de Speeltoren te Monnickendam, stak in feite wat pover af bij het luiwerk van superieure kwaliteit en volume. De beiaardiers Mr. Cornelis Helmbreker en Mr. Lucas Lemmink beklaagden zich ook bij burgemeesteren, vroedschap en kerkmeesteren over de slechte intonatie en 't "afgrijselik gheluidt".

 

Stadsbeiaardier Frits Reynaert over het carillon (video EO)

 

Auteur: A. de Graaf
fotografie en illustraties: Lena Bonte