Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Achttiende eeuw: Lodewijkstijlen (vervolg)

Vanaf het eind van de zeventiende eeuw richtte de architectuur in Nederland zich in toenemende mate op het Franse hof. Dit betrof aanvankelijk vooral het interieur van de panden in Hollands Classicistische stijl. Geleidelijk werden decoratiemotieven uit het binnenhuis ook toegepast op de gevels. De gevelwand bleef hierbij even vlak en sober als in de voorgaande periode, maar over de middelste travee en boven de daklijst werd een uitbundige hoeveelheid ornamenten aangebracht, afkomstig uit de interieurkunst (Ottenheym, 1991). De Fransman Daniel Marot (1661-1752) heeft een belangrijke rol gespeeld bij de introductie van de decoratievormen van de Lodewijk XIV-stijl in Nederland. Ottenheym (1991) geeft in het Amsterdamse grachtenboek de volgende karakteristiek van de Lodewijk XIV-stijl. De hoofdlijnen van het gevelschema volgen de strakke voorbeelden uit de periode 1650-1700. De decoratie van de voordeur en het venster daarboven en de gevelbekroning is echter in de Lodewijk XIV-stijl uitgevoerd. De centrale deuromlijsting en de vensters daarboven worden door zwierige krullen aaneengevoegd tot één decoratief accent op de middenas. De gevels worden bekroond met een balustrade boven de horizontale daklijst, voorzien van een zwierig centraal medaillon met het familiewapen. Tussen 1700 en 1750 groeide de decoratie van de middenas en de zware kuif bovenop de gevel uit tot één barok beeldhouwwerk. Het betrof hier vaak verbouwingen en aanpassingen van oudere huizen. Bij voorkeur liet men de gevel eindigen in een horizontale lijst, maar ook bij smalle huizen met topgevels werden de decoratiemotieven van de Lodewijkstijlen toegepast. Men ziet ze veel op achttiende eeuwse klokgevels. Kenmerkend voor de Lodewijk XV-stijl of Rococo is een asymmetrische schelpvormige kuif of krul. In de periode na 1770 keerde men weer terug naar de bouwstijl van de klassieke oudheid, met name nu de Griekse oudheid. Men nam opnieuw de klassiek geïnspireerde villa's in de Italiaanse Veneto van Palladio als voorbeeld die ook al in de tijd van het Hollands Classicisme de bijzondere belangstelling hadden genoten. Het eigen zeventiende eeuwse classicisme werd herhaaldelijk ook als voorbeeld gebruikt door de Hollandse bouwmeesters in de periode 1770-1800. Dit was het begin van het Neoclassicisme in Nederland.

Kerkplein

Kerkplein

L-XV


Grote Oost 43, Foreestenhuis

Grote Oost 43, Foreestenhuis

1724, L-XIV


Veemarkt 6

Veemarkt 6

1738, L-XIV

Kerkmeijer (1941) schrijft over Hoorn, dat het in de 18e eeuw bij de openbare gebouwen mode werd om horizontaal afgedekte gevels te zetten (zgn. lijstgevels) en dat dit ook het geval was bij de woonhuizen. In die tijd is dan ook een aantal huizen voorzien van een nieuwe gevel met een horizontale gootlijst. In 1771 zijn zo in Hoorn ruim 20 huizen van voren geheel of aanmerkelijk vernieuwd. Onder meer zijn aan het Grote Oost in de 18e eeuw door rijke regentenfamilies, zoals Van Foreest en Van Akerlaken, enkele panden verbouwd in de Lodewijk XIV en XV-stijl. Het gaat hier dus om de verbouwing van zeventiende eeuwse panden. Naast huizen met horizontale lijstgevels kent Hoorn enkele fraaie klokgevels met versieringen in de asymmetrische rocaille- of schelpstijl van Lodewijk XV (Rococo).

Grote Noord 136

Grote Noord 136

1769, L-XV


Korenmarkt 3

Korenmarkt 3

L-XV


Grote Noord 116

Grote Noord 116

L-XV


Nieuwstraat 21

Nieuwstraat 21

L-XV
Grote Noord 50

Grote Noord 50

L-XV