Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Rozenkruisershuis - Lectorium Rosecrucianum

De rechter zijgevel

De rechter zijgevel kwam weer in 't zicht in het jaar 1871 toen burgemeester Willem de Vicq, de toenmalige eigenaar, het pand ter plaatse van het huidige koetspoortje opkocht voor sloop en vervolgens ter plaatse poortje liet bouwen om een toegang te verkrijgen voor het stallen zijn koets op eigen terrein. Via het Achterom was dit niet mogelijk wegens bebouwing, waarvan nu nog een deel van de voorgevel de grens van het achtererf markeert.

De gele kleur van de zijgevelsteen wijkt sterk af van de bruinrode voorgevelsteen. Het kan zijn dat de gele steen als klamplaag tegen het bruine oorspronkelijke metselwerk is aangebracht. Het metselwerk is afgewerkt met een dunne snijvoeg.

Het rondvenster zal vermoedelijk ook dateren van de woningsamentrekking van 1871, daar door sloop van de aanbouw de zijmuur vrij kwam en door plaatsing van een venster de mogelijkheid bood van lichttoetreding.

De linker zijgevel

Gezien de ligging van het pand ten opzichte van zijn linker belendend pand is slechts een klein deel zichtbaar. Het pleisterwerk werd in slechte staat tijdens de restauratie aangetroffen. Na verwijdering van de los zittende delen van de pleistering, kwamen sporen van twee segmentbogen te voorschijn die op voormalige vensters kunnen duiden. Tevens zijn drie verticale metselstroken van afwijkend verband en van ongeveer 40 cm breed aangetroffen. Dit zou kunnen wijzen op de aanwezigheid van vroegere (gebint-)stijlen.

Linker achtergevel.
Linker achtergevel.

De linker achtergevel

De achtergevels van de twee samengetrokken huizen tonen echter wat vorm betreft en grotendeels de plaatsing van de kozijnen nog het beeld van vóór de samenvoeging. Duidelijk is waarneembaar, dat het om twee panden gaat.
De gepleisterde gevel wordt in het midden gedomineerd door een over de verdiepingen lopende kozijnenband. Het onderste kozijn, van de begane grond, bevat twee 8-ruitsvensters. De bovendorpels zijn iets getoogd. Het venster van de eerste verdieping bestaat eveneens uit 2x8 ruiten, maar de bovendorpels van de kozijnen zijn niet getoogd. Het vensterkozijn van de tweede verdieping is geheel afwijkend. Dit venster bestaat uit 3 ramen met rondbogen, waarvan het middenraam hoger is dan zijn twee zijramen. Ook is het middenraam dubbel zo breed als zijn zijramen. Het middelste raam heeft 4-ruiten met een halfcirkelvormige topruit. De zijramen hebben eveneens een halfcirkelvormig toplicht (-raam). Sierblindnissen flankeren het bandvenster.

Ter weerszijde van de kozijnenband zijn in het pleisterwerk door middel van schijnvoegen dezelfde vormen als die van de kozijnen getrokken.

De houten versierende figuratie van andreaskruisen tussen de vensters van de begane grond en 1e verdieping, alsmede tussen die van de 1e en 2e verdieping doen sterk denken aan de invloed van de chaletstijl. Dat voegt zich heel goed bij het jaartal 1871, toen de gevel met een halfsteens klampwerk werd voorzien. Ook dit geveldeel is voorzien van pleisterwerk in blokverband.