Actie 2017   Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Krantenknipsels Coen

Standbeeld Coen op ansicht
Ansichtkaart ca. 1900

De geschiedenis moet je niet met de witkwast wegmoffelen

Nu recent weer de discussie is opgelaaid omtrent de daden van Jan Pieterszoon Coen wordt het tijd om deze telkens oplaaiende discussie in het juiste perspectief te plaatsen. Op deze plaats in het webarchief van Oud Hoorn is nu een serie documenten geplaatst die goed weergeeft hoe in de laatste meer dan honderd jaar deze discussie gevoerd is.

De basis van deze documentatie is het knipselarchief van de oprichter van het Vondelmuseum dat dertig jaar geleden in een Amsterdams antiquariaat opdook. Deze knipsels uit de landelijke pers beschrijven de totstandkoming van het standbeeld dat op 20 mei 1893 op de Roode Steen werd onthuld.

Het betreft knipsels uit het Algemeen Handelsblad, Nieuwe Rotterdamsche Courant, Weekblad de Tribune, Nieuws van den Dag, De Telegraaf, Bijdragen tot de taal- land- en volkenkunde van Nederlandsch Indië, Eigen Haard, de Amsterdammer en verder de feestprogramma's van die dagen zoals georganiseerd door de Vereeniging voor Volksvermaken te Hoorn, de Hoornsche Harddraverij-Vereeniging en de Rederijkerskamer ‘West-Frisia’.

Ook al in de tijd voor de oprichting van de diverse Coen-comitees werd dezelfde discussie van vandaag al gevoerd. In de verslaggeving van de onthulling van het beeld werden alle argumenten van vandaag ook al aangevoerd. Maar ook in de jaren daarna bleven dezelfde zaken steeds opspelen:

1929   sterfdag van Coen op 21 september, het Algemeen Handelsblad herhaalt alle argumenten op een afgewogen manier

1937   350 jaar na de geboorte van Coen, er wordt zelfs een herdenkingspenning geslagen van 6 cm doorsnee en 74 gram brons met als tekst: ‘Jan Pieterszoon Coen · grondvester van nederlands gezag in ned indie’

1982   in juni werd een vragenlijst in de J.P. Coenstraat verspreid met een tendentieuze vragenlijst. Nooit meer iets van vernomen.

1987   zomertentoonstelling ‘Jan Pieterszoon Coen, dagen en daden in dienst van de VOC’ in het Westfries Museum. Bij de opening door prins Claus werd gedemonstreerd door enkele Molukkers. Een van de krantekoppen uit die tijd ‘Jan Pieterszoon Coen brengt gemoederen nog altijd in beweging’ maar ook een tussenkop als ‘Het verging Coen als elke markante historische figuur: de nazaten zien in hem wat in hun kraam te pas komt’.

Dit laatste citaat is -denk ik- hoe we ook de huidige discussie kunnen zien.

Harm Stumpel