Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

De moord op Sikke Jans op het Kleine Oost te Hoorn

Berichten uit het Oud Archief van Hoorn - Nr. 19
Oud Rechterlijk Archief Hoorn - Anno 1756

(De onderstreepte woorden worden aan het slot verklaard.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
De transcriptie van de tekst wordt voortgezet onder de afbeelding.)

p. 1
Alsoo Mr. Willem Nicolaas Crap Hoogschout deses
stads R:O: uijt naam ende vanwegen de Ed. Gr. Mog.
Heeren Staten van Holland ende Westfriesland causerende
Hendrik Baalman gebooren in Westphaelen, oud om-
trent 48 jaren, tegenwoordig alhier gevangen,
proponeert dat hij, gevange, buijten pijn en banden
van ijzer
heeft geconfesseert ende beleden, dat hij
gedurende zijn leeftijd zijn kost heeft gewonnen met
bakken en alsoo gewoont te hebben in de Wormer,
Berkhout en in Blokker, en mits 't sedert seven
a agt en twintig jaren, als bakker de bakneringe
heeft geëxcerceert in de bakkerij staande en gelegen
buijten deses stads Oosterpoort, en in die tijd alhier
te Hoorn in de Grote Kerk alhier getrouwt geweest
te sijn met eene Neeltje Thijsz, dog geen kinderen
bij deselve heeft verwekt, dat hij gevange op den 6e
Januarij 1756, zijnde geweest Driekoningendagh
uijt gemd. zijn huijs is gegaan nae dese stad om
eenige boodschappen te doen, dat hij, gevange, die
afgedaan hebbende 'smiddags omtrent elft a twaalf
uuren is gekomen op het Klijn Oost in de herbergh
genaamt het Wapen van Etershem, staande bij de

p. 2
Oosterpoort binnen dese stad, daar hospes in is Jan
Jacobsz. Volkerts en hospita Trijntje Jans, welke
hij, gevange, aldaar ten huijse heeft gevonden eenen
Sikke Jans diestijds wonende te Schellinkhout, en
nog een persoon, hem, gevange, diestijds onbekent,
dog naderhand verstaan te hebben, dat deselve was
genaamt Heijn Jacobsz Blokker wonende in Blokker,
dat hij gevange voor zigselve een glas genever
hebbende geëijst, en hetselve alleen te hebben gedronken,
en naderhand met elkander wijn en genever
gedronken heeft, dat hij gevangen dus met den anderen
eenige tijd gedronken hebbende, met voorn. Sikke
Jans woorden of rusie heeft gekregen, 't welk niet
anders als door den drank is veroorsaakt geworden,
dat hij gevangen daarop met Sikke Jans uijt voorz.
herberg de Oosterpoort zijn uijtgegaan, zijnde
door niemand gevolgt, dat hij gevange diestijds
geen mes bij zigh gehad heeft, gelijk bij zijn gevan-
gens weeten Sikke Jans mede niet gehad heeft
dat hij gevange als doen van Sikke Jans een slag
met de hand heeft gekregen en dat hij gevangen
daar op sonder iets tegen, hem Sikke Jans, of een
ander gesegt te hebben de weg na sijn huijs bij de
watermolens is opgegaan; dat hij gevange aan
sijn huijs gekomen sijnde, aldaar niets heeft gedaan
ofte verright, en vervolgens wederom na de stad te-
rugh is gekeert, hebbende als doen nog geen
quaat oogmerk, maar dat hij naderhand door
den drank een quaat oogmerk heeft gekregen
dat hij gevange 's namiddags tussen twee en drie uuren

p. 3
in dese stad gekomen sijnde, sig aanstonds heeft
begeven, na, en aan het huijs van Gerrit Dijterman,
ijzercramer, wonende op 't oost, bij de gevangen-
poort, en aldaar van dezelve heeft gekogt een pok-
houten vosse jongens mes, voor de somma van drie
stvs, dat hij gevange dit mes in zijn zak gestoken
hebbende, aanstonds daar mede is gegaan, van
het huijs van Gerrit Dijterman, na voorgemelte
herberg genaamt het Wapen van Etershem, en
dat hij aldaar 't selve geselschap gevonden heeft,
't welke hij aldaar voor de middag gevonden had,
dat hij gevangen een vles wijn gecommandeert
hebbende, met zijn voorig geselschap wederom
te samen gedronken heeft; dat hij gevangen onder
dat 't samen drinken Sikke Jans heeft getart
en een en andermaal getergt, om hem gevange
nog eens soo een slagh te geven, als hij Sikke
Jans aan hem gevange buijten de Oosterpoort
bevorens gegeven had, dat hij gevange heeft
erkent waar te zijn; het geent luijden diestijds
nugteren zijnde omtrent de aan hem gevange
voorgestelde vragen, onder eede voor desen Ed.
Agtb. geregte te hebben verklaart, en dat hij
gevange oversulx die getuijgenissen vermits het
manquement van sijn geheugen erkent voor
valable getuijgen, zig daardoor overtuijgt
houdende, dat sulx aan hem gevange, uijt die
getuigenissen, is gevraagt geworden, dat over-
sulx Sikke Jans in plaatse van hem gevange

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

p. 4
sodanig een slag te geven, hem gevange heeft geant-
woord, dat wil ik niet doen, ik vergeef het u ver-
geef het mij, dat hij gevange en Sikke Jans daar op malkander den
hand van vrindschap hebben gegeven, en als doen
wederom 't samen aan het drinken sijn gegaan, dat
hij gevange onder dat 't samen drinken, omtrent
de vooravond van dienselven dag, Sikke Jans wederom
tot verscheijden malen heeft gesart en getart, met
dese woorden, ik ben soo een oud en dit en dat en
gij durft mij niet slaan, zeggende Sikke Jans
als doen daar op, ik durf wel, en gevende hem
gevange een ligte slag met sijn hand, dat hij ge-
vange immediaat daar op, op het middellijf
van Sikke Jans is toegeschoten, in alle schijn
of hij gevange, Sikke Jans om het selve wilde
vatten, en hem alsoo aangrijpen, dog datin plaats
van sulx te doen, hij gevange voorgem. sijn gekogt
mes bedektelijk heeft uijtgetrokken, en hem
Sikke Jans, daar mede een steek even boven
de broeksband heeft toegebragt, welke steek
door de stads doctor en chirurgijn, gevisiteert
zijnde, is bevonden te wesen een wonde even boven
het scrotum in de linker zijde, gaande door
de gemene bekleetselen van de onder buijk
schuijns opwaarts na de regtersijde, passeerende
door de dunne darmen en eindigende in de vene
cava of hol ader, makende aldaar een grote
wonde, waar door een grote quantiteijt bloed
uijtgestort was, dewelke de geheele holligheijt
van de buijk vervulde, welke wonde opgemelde

p. 5
medecina Doctor en chirurgijn nae 't gevoelen van
alle hebben geoordeelt fataal en doodlijk te sijn, na-
dien 't selve bloedvat noodsakelijk tot 's menschen leven
is, dat hij gevange, Sikke Jans die steek hebbende
toegebragt, immediaat de herberg het wapen van
Etershem is uijtgevlugt, en het mes bij de Oosterpoort
te hebben weggeworpen, en door de Uijtterdijk nae
sijn huijs is gegaan, met voornemen om zigh nae
een ander land te begeven, om alsoo de justitie
te kunnen ontgaan, en gerustheijd voor sijn ziel te
vinden, alsoo zijn gevange gemoeds gestalte 't sedert
begaan van dese moort, als een mens die bijkans
doot was, en geen gerustheit heeft gehad om
zig tot het een of ander te begeven, dat hij gevange
uijt zijn huijs heeft medegenomen een camisool,
hembdtrok en broek, en deselve in een zak gepakt
hebbende, op zijn paard is gaan zitten, en daar-
mede gereden nae de Laege Weg, dog deselve onder
weg verloren hebbende, is gekomen aan het huijs
van Paulus Pietersz, staande op de Lagewegh,
dat hij aan deselve 's avonds ten tien uuren heeft geroe-
pen en gesegt, ik heb een zak gestrooijt, soo gij eens
wilt zoeken, sal ik u een sest half geven, het
welk door Poulus Pietersz beantwoord zijnde, het
is wel, ik sal aanstonds komen, welke als doen
met een vork is uijtgekomen om daar mede
vermits de donkerheijt en moerassige weg, de
sak te soeken, hem gevange te paard sittende
en na zijn huis terug rijdende, nalopende,
gelijk hij dan ook nae een halff uur soekens

p. 6
de sak gevonden heeft, en deselve hem gevange op het
paard overgegeven heeft, als wanneer hij gevange
wederom met Paulus Pieterse nae desselvs huijs is
gereden, zeggende hij gevangen die weg op te moeten
wesen, en aldaar gekomen zijnde, aan hem heeft
gegeven twee sesthalven, zijnde de vrouw van Pau-
lus Pietersz als doen daar present, die hem gevange
heeft toegesproken, en gevraagt of hij ook van dat
ongeluk dat te Hoorn gebeurd was, hadde gehoort
en dat hij gevange daar op heeft geantwoord Ja,
ik ben de man self en hebbe 't mes bij Gerrit
ijzercramer bij de gevangepoort gekogt, waar
mede ik eenen Sikke doot gestooken heb,
voegende hij gevange daar bij, ik kan sulx
niet ontkennen, ik ben daar van overtuijgt,
en soo ik gekregen word, dan moet ik op het
schavot sterven, dat hij gevange daar op van
Paulus Pietersz is gereden nae het huijs van
Jan Hermantz aan de Bramsluijs, alwaar hij
'snagts omtrent twaalf uuren gekomen zijnde,
tegens deselve heeft gezegt ik moet vlugten,
vermits ik in diergelijke omstandigheden ben,
als Gerrit Gerritsz geweest is, dat hij gevange
aldaar den nagt gebleven sijnde, deselve versogt
heeft, om met hem te willen gaan, en een schuijt
te huuren en immiddels aan Jan Hermantz
sijn paard heeft verkogt, voor twaalf off vijftien
gulden, dog geen geld daar voor te hebben ontfangen,
vermits Jan Hermantz geen geld had, zeggende

p. 7
hij gevange, dat hij dat geld dan aan de meijd soude
geven, zijnde hij gevange als doen met Jan Hermantz
den 7 Januarij 1756 's morgens ten vier uuren gegaan
nae Venhuijzen, en aldaar ten half ses uuren gekomen
sijnde, aan het huijs van een schipper, welke hij niet
kende, dog welke bevonden is te heeten Jurriaan
Lambertsz en van deselve sijn vaartuijg heeft afgehuurt,
voor twaalf gulden, en twee sesthalven voor de knegt,
om hem gevange nae de eene of andere overseesche
kust te brengen, dat hij gevangen met Jan Hermantz
van daar gegaan zijnde nae Broekerhaven, en aldaar
's morgens omtrent ses uuren gekomen is, ten huijse
van Jan Visser, wanneer hij gevange seer confus
was, en Jan Visser sulx bemerkende, hem gevange
heeft aangesproken en gesegt, wat is er Hendrik,
hoe is 't soo wonderlijk, en dat hij gevange daar op
heeft geantwoord de saak is te teer om er van
te spreken, dat hij gevange daar op eenige tranen
heeft gestort en zigh seer ontstelde, dog dat hij
gevange, van die ontsteltenisse wat bedaart zijnde
door Jan Visser wederom is aangesproken en ge-
vraagt nae de reden van zijn ontsteltenisse,
dat hij gevange daar op heeft geantwoort, dat
hij van eene Sikke van Schellinkhout was
geslaagen, en dat hij gevange aan die persoon
een neerslaag hadde gedaan, dat Jan Visser daar
op weder heeft gesegt, is hij al doot, en door
hem gevange beantwoord, ja mantje, ik heb 'er
een knoopsgat in gestooken dat 'er de ziel
al uijtgevlogen is, dat hij gevange vervolgens

p. 8
op den voornoemde 7e Januarij 1756 smorgens tussen agt
en negen uuren, met voornoemde gehuurt vaartuijg en
schipper van Broekerhaven onder zeijl is gegaan,
en savonds omtrent vijf uuren, te Nieuwkerk in
Gelderland is aangekomen, hebbende hij gevange
onderweg in 't vooronder van het vaartuijg met de
schippers knegt en nog een persoon genaamt Willem
Boot geseeten, en aan deselve verhaalt, dat hij een
neerslaag hadde gedaan, dat hij gevange te
Nieuwkerk uijt het vaartuijg is gegaan in de
herbergh staande bij de sluijs, en vandaar met een
vissers schuijt, nae de Vriesche kust is gevaren,
met voornemen om nae Quakenburgh in West-
phalen te gaan, dog onder weg van een post,
die van de Kloppenburg op Quakenburg gaat ge-
hoort te hebben, dat bij advertentie in de couranten
wegens dies zijn begaane moort een premie op
sijn lijf was gestelt, en dat hij alsdoen geresol-
veert
is over oostfriesland nae Bremen te gaan
dat hij gevange aldaar in de herberg de Walvis
drie weken heeft gelogeert, gaande soo wat heen
en weder, en daar nae met een vaartuijg van Bre-
men nae Amsterdam te zijn vertrokken, hebbende
in al dien tijd zijn regten naam nog opgegeven,
dat hij gevange van daar na Zeeland is vertrok-
ken, hebbende gedeeltelijk gevaren en gedeel-
telijk gelopen, en in Zeeland aangekomen
sijnde in het wapen van Hamburg bij Thijs
de Wijs thuijs te hebben gelegen, dat hij gevange

p. 9
zelfs bij de Capitein Stavorinus is gegaan en aldaar
als matroos van twaalf guldens dienst heeft
genomen, op de naam van Jan Claas van Doormer,
hebbende twee maanden gage op de hand en een
maand cedul ontfangen, welke maand cedul
nog onder deselve Thijs de Wijs is gebleven, sijnde
hij gevange op deselve ses en twintig guldens schul-
dig gebleven, dat hij gevange vervolgens in de
maand van Julij of Augustus is uijtgelopen -
eerst naar Cadix, vervolgens den straat (van Gibraltar) in, na
Napels en verdere plaatsen in de Middellandse
Zee gelegen, en van die reijse in de maand Julij
of Augustus deses jaars, wederom binnen is gekomen,
en voornemen te hebben gehad, om met datselve
schip wederom in zee te gaan, dat hij gevange
door dit alles in zijn gemoed en conscientie over-
tuijgt is, dat hij de persoon van Sikke Jans met
een mes sonder vooraf gegane wederzijds trekking
van messen, of vegtender hand, maar verradelijk
een steek in sijn buijk heeft toegebragt, waaraan
hij momentelijk gestorven is, sijnde hij gevange
bij sig selven ten vollen overtuijgt, en heeft tot
ontlastinge van sijn gemoed en conscientie
voor den wereldlijke regter door bovengemelde
begane fait, de doot straffe verdient te
hebben,
en vermits uijt al het geent voorsz. is, en de
judicieele onder eede belegde informatien,
over een komende met de confessie tenvolle
geblijkt, dat bij de gevange aan den persoon

p. 10
van Sikke Jans is gepleegt een moedwillige en execra-
ble
moort, waar van de Goddelijke en wereldlijke regten
en wetten abhorderen, en daarom in een land daar Jusititie
vigeert, niet kan worden getollereert ofte gedoogt
en dienvolgende andere boosdoenderen ten afschrik
exemplaarlijk en regsheuselijk behoord te worden
gestraft.
Zoo concludeert den Hr. Eijss. R.O. in naame ende
vanwegen als boven, dat den gevangen bij sententie
van desen Ed. agtb. geregte sal werden gecondem-
neert
, gebragt te worden ter plaatse alwaar
men alhier gewoon is de executie van crimineele
Justitie te doen, ende aldaar op een schavot ten
dien eijnde op te rigten, te worden gelegt op een rat,
en op hetselve gebonden sijnde van onderen op
te worden gerabraakt dat er de doot na volgt,
ende wijders dat desselvs doode lighaam sal
worden getransporteerd buijten deses stads wes-
terpoort op het ordinaire galge veldt, en het
selve geplaatst op een rat aan een paal om
aldaar te verblijven, totdat desselvs doode lig-
haam door de vogelen des hemels ende injurien
van de lugt sal sijn verteert, met condemnatie
van de costen en misen van justitie.

Uitspraak en vonnis
So ist, dat schepenen gesien ende
geëxamineert hebbende den crimi-
neelen eijsch, gehoort des gevan-
ges confessie, voorts geëxamineertd
de judicieelen belegden informatien,
wijders gelet op alles, waarop in desen

p. 11
te letten stonden, met advijs van den
heeren Burgemeesteren en Regeerders
deser stadt, uijt de naame ende
van wegen de heren Staaten van
Holland en West Friesland regt
doende, den gevangen hebben ge-
condemneert, hem condemnee-
rende mits desen, gebragt te
worden ter plaatse alwaar men
alhier gewoon is publijequen ex-
ecutie van crimineele justitie
te doen, en aldaar op een schavot
ten dien eijnde op te rigten, op een
rad gelegt en gebonden te worden,
een hangend mes (anderen ten afschrick)
boven sijn hooft gestelt, en also met
de koorden te worden gewurgt, vervol-
gens van onderen op te worden gera-
braakt, dat er den doot na volgt en
sal daarna het doode lighaam wor-
den getransporteert buijten deses stads
westerpoort, op het ordinaire galge-
veld en geplaatst op een rad aan een
paal met het selve hangende mes
boven seijn hooft, om aldaar te ver-
blijven tot dat de vogelen des he-
mels ende injurien van de lugt des-
selfs doode lighaam sullen hebben
verteert en condemneren den
gevangen in de kosten en misen
van justitien.
Aldus gesententieert den 26 sep-

p. 12
tember 1757, preesenten alle de heeren
schepenen, en geëxerceert den 1 October
1757, preesenten de heren hoogschout Merens
en Gallis Burgemeesteren en alle heeren
schepenen.
De gevangen is in hegtenisse geweest
twee en veertig dagen, en heeft niets dan
sijn tegoed hebbende gagien.

---------------------------------------

Woordverklaringen
Radbraken
Radbraken was een vorm van de doodstraf, waarbij de veroordeelde werd vastgebonden op de spaken van een rad of wiel, met de armen en benen gespreid. Vervolgens werden door acht slagen met een ijzeren staaf de botten in de armen en benen van de veroordeelde gebroken. Soms volgde nog een negende slag (de genadeslag) op de borstkas (de hartstreek) om de veroordeelde te doen sterven. Het kwam ook wel voor, dat de veroordeelde eerst werd gedood en vervolgens geradbraakt. Dat werd gedaan, omdat de verminking van het lichaam was bedoeld om opstanding (in religieuze zin) te verhinderen. Kennelijk is dat in deze zaak het geval geweest: dood door wurging en vervolgens geradbraakt.

abhorderen - verfoeien, verafschuwen
buijten pijn en banden van ijzer - zonder foltering
causeren - in rechte aanspreken, aanklagen
cedul, ceel - rekening; lijst (vergelijk doopceel)
confessie - bekentenis
condemneren - veroordelen
conscientie - geweten
exerceren - uitoefenen
exemplaarlijk - bij wijze van voorbeeld
gagien - gage, loon
immediaat - onmiddellijk
injurien - aantasting
kosten en misen - de kosten van het geding, het strafproces en de tenuitvoerlegging van het vonnis
mits dese - bij deze, hierbij
proponeren - voorleggen
sententie - vonnis
sesthalve - een munt met een waarde van vijfeneneenhalve stuiver
valabel - geldig, betrouwbaar

Bron
Westfries Archief, Hoorn
Toegangsnummer 0003
Oud-rechterlijke en weeskamer archieven
Gewone rechtspraak
Hoorn
Sententiën, 1454-1811
inv. nr. 4519

Transcriptie gemaakt door Frans J.P.M. Kwaad,
6 mei 2011