Een eeuw lang actief voor Hoorns erfgoed

Trouwbeloften en vleselijke conversatie met Magdaleentje Pietersz

Berichten uit het Oud Archief van Hoorn - Nr. 12
Oud Notarieel Archief Hoorn - Anno 1703

De onderstaande notariële akte is een zgn. attestatie of notariële getuigenverklaring. Een dergelijke akte werd vrijwillig opgemaakt, en was bedoeld om in een eventuele rechtszaak tot bewijs van feiten en omstandigheden te kunnen dienen. De attestatie werd opgesteld op verzoek van een belanghebbende, de zgn. requirant. De verklaring werd afgelegd door ooggetuigen van de betreffende feiten en omstandigheden. Zij worden in de akte aangeduid als de deposanten.
Naast de notaris en de deposanten waren op de zitting voorts twee zogenaamde instrumentele getuigen aanwezig, die erop moesten toezien dat de akte correct werd verleden (gepasseerd). Zij werden daartoe aangezocht door de notaris. Meer informatie wordt gegeven in het stuk "Attestatie-Uitleg" op deze site.

(De onderstreepte woorden worden aan het slot verklaard.
Klik op de afbeelding voor een vergroting.
De transcriptie van de tekst wordt voortgezet onder de afbeelding.)

Klik op de afbeelding voor een vergroting.

p. 1
Op huijden den 13 Junii anno 1703
Compareerden voor mij Jan Munt notaris publiqc bij den
Hove van Holland geadmitteerd, binnen Hoorn residerende ter
presentie van de nae beschreven getuijgen de Eerbare Aaltje
Klaas out 21 jaren burgeresse alhier, dewelke verklaarde
ter requisitie van
Magdaleentje Pietersz hare mede-burgeresse alhier waer
en waaragtig te wezen, dat de requirante inde voorle-
den winter bij haar deposante heeft gewoond, en bij
die occasie heeft gezien de verkeringe
die Christoffel Volsz hadde en maakte met de
requirante, in zoo verre dat hij haar ten huwlijk solliciteerde;
dat ook nae alle die meenigvuldige omgang die zij met
den andren hielden, eijndelijk omtrent Kerstijt laatstleden
de voorn. Christoffel Volsz wederom ten huijze van
de deposante bij de requirante op een avond zittende
en alwaar zij deposante present was, hij Christoffel
Volsz nae alvorens meenig malen
belofte van trouw aan haar te hebben gedaen
haar requirante heeft gesolliciteerd tot vleeselijke
conversatie, waar tegens de requirante zig aankante
en hem tegemoet voerden dat sij bedugt was als hij
zijn wille van haer gehad hadde, hij dan zijn woord
van trouw beloften niet zoude houwden en haar
op die manire in oneere zoude laten zitten
als zulke hedendaags veel malen gebeurende,
dat voorn. Christoffel Volsz daer op den requirante
niet aleen zijn belofte herhaalde, maar zelve
met die expressie van haar noit nog in der eeuwigheijt
te zullen verlaten, jaa dat hij mogt lijden dat hij noit
een behouwden reijs mogt doen ingevalle
hij haar ontrouw zoude zijn ofte laaten zitten,
en op de wederom gedaane afslag van de requirante
als begerende dat hij wagten zoude totdat zij met
den andren getroud waren, zeijde dat tzulke niet
nodig was als zijnde reeds een en eijgens, en als voor
God getroud, en dat het verders trouwen maer voor de

p. 2
wereld was, dat nae iteraties en herhalingen van de voorsz.
beloften en meenigvuldige tegenstand van de requirante
eijndelijk egter zij beijden met den andren gekomen
zijn op het bedde daer de deposante was leggende,
maar nog al onder protestatiën van de
requirante en beloften van voorn. Christoffel Volsz van
malkanderen niet te zullen aanraken of tot het
voorz. te moveren, alzoo hij voorgaf geen sleutel van
de deur daer hij woonde te hebben, en daarom
verzogt aleen omme in zijn onderkleren
op het voorz. bedde die nagt te mogen slapen
gelijk ook en zij deposante en de requirante en Christoffel
Volsz allen in haar onderkleren daar hebben gelegen
Dat niet tegenstaande die toezegginge hij Volsz
op het bedde zijnde, de requirante alwederom tot de
voorszegde vleeselijke conversatie solliciteerde, en met hand
dadigheijt haer daer toe tragte te brengen, resisterende
de requirante hem hier inne alwederom als voren
waer op hij verscheijdene malen weder de gez. belofte
van trouw reïtereerde, en daer op eijndelijk gelijk zij
aan de bewegingen en anders konde merken, zij met den andre
een en andermaal vleeselijke conversatie hebben gehouden
waar nae hij nog alwederom de requirante trouw belooften
deed met affirmatiën als voren, en ook nae die tijdt in tzijne
ommegang een wijl met de requirante bleef volherden, en verscheijde-
ne reijzen zijne toezegginge aan haar deed om haer te sullen trouwen, sluijtende
hier mede haar verklaringe, gevende voor redenen
van wetenschap als in de text, en presenterende
dezelve des noods met eede te bevestigen.
Dit passeerde alhier ten overstaan van Jan Jakobsz
Volckerinck en Pieter Jansz Oostindien als verzogte
getuijgen, in Hoorn ten jare en dagh als boven.

Ondergetekenden
+ Dit is 't merck van Aeltje Klaes voorn. gestelt
jan iacobse volckerinck
pieter jansz oostindia

Mij present
Jan Munt
Notaris Publicq

Woordverklaringen
affirmatie - bevestiging
compareren - verschijnen
deposant - degene die een getuigenverklaring aflegt
geadmitteerd - toegelaten en erkend
iteratie - uiting
moveren - bewegen, brengen
occasie - gelegenheid
reïtereren - opnieuw uiten
requirant - degene op wiens verzoek de getuigenverklaring wordt opgesteld
residerende - zitting houdende
resisteren - verzetten

Bron
Westfries Archief, Hoorn
Toegangsnummer 1685
Oud Notarieel Archief
Hoorn
Notaris Jan Munt
inv. nr. 2286

Transcriptie gemaakt door Frans Kwaad,
21 mei 2011